Hou vast

Hou vast. Houd me stevig vast.
Omhels me en omarm me.
Hou me vast en laat me niet meer los.
Laat me wonen in je hart.
Laat me wonen in je hoofd.
In je gedachten.
In je dagen in je nachten.
Laat me wonen in je zachte krachten.
Geef me een huis in je herinnering en in je hoop.
Ga met me wandelen en pak mijn arm.
Dan pak ik de jouwe.
Dan wandelen we door het verleden.
Dan loop ik voor je uit de toekomst in, naar huis.

Hou vast. Houd me stevig vast.
Omhels me en omarm me.
Hou me vast en laat me niet meer los.
Omhels me en omarm me en geef me houvast.
Hou me vast. Houd me goed vast. Houd van mijn vasthouden.
Laat je gedachten los en laat je vingers door me heen gaan.
Zucht je adem voel de wind over je gezicht je wangen zacht zoenen.
Dat ben ik die je tranen verdampt.
Vorm mij in je geestesoog.
Laat je vingers door de aarde gaan.
Vorm mij uit klei.
Blaas me vol met leven.
Adem uit zodat ik in kan ademen.
Vergeet dat ik ooit kwaad ben geweest.
Vergeef me dat ik je vooruit gegaan ben.
Maar ik zal op je wachten in het zonlicht op een bankje voor het huis.
Maar omhels me nu en kijk me aan en hou me vast.
Want ik verlaat je niet ook als je me soms vergeet.
Dan zal ik jou niet vergeten
Al wat jullie zijn is mijn evenbeeld.

We zijn gelijk elkaar en ik wil je vasthouden dus hou mij vast.
Hou vast. Houd me stevig vast.
Omhels me en omarm me.
Hou me vast en laat me niet meer los.
En daarin ligt onze verlossing
Hou vast. Houd me stevig vast.
Omhels me en omarm me
Omhels me omarm me. Erbarm me.

Chris Bellekom

Paasontbijt op de Markt 6 april 2026

Wij zijn een tuin

Het land is bos en duin en weide.
De wereldstad is een tuin en de mensen zijn gezaaid
in lange strakke wuivende rijen.
Er zijn tafels voor het verpotten.
Lof aan de zaaier. Dit is vruchtbaar land.
De mensen verstrengeld in hun waarde
onder de aarde hun wereld en ze delen elkaar

Tussen de tafels door zweven valse wespen,
fladderen nachtvlinders en klauwen kippen de wormen uit het gras.
Het was een lange winter. De zon ging vroeg onder.
Maar hier is dan het licht waar het maanden niet was.

De eerste bladeren ontploffen aan de takken
En het licht van de wereld valt weer over de aarde,
niet langer woest maar vol weerloze waarde.
Het is niet lang meer van avondrood tot morgenstond.
We leven allemaal op dezelfde grond.

Vandaag wordt er liefde uitgedeeld.
Bakken, handenvol, massa’s, bergen,
oneindige onvoorwaardelijke liefde.
Het licht van de wereld is weer terug gekeerd in het leven
en alles is vergeven.

Niet langer aan het kruis. Niet langer ledig.
En de rokken wapperen weer, de slippers slippen,
Op het terras van de wereldstad: T-shirts, thee en de dagen vredig.
Dus vul de manden met brood en vul de glazen met wijn.
Laat er altijd voorjaarsregen zijn!

Die mens die naast je zit.
Die mens tegenover je heeft gisteren nog gehuild.
Wandelt misschien al dagen met stil verdriet.
Hoopt dat je het niet ziet
en zit nu hier en lacht je aan.
Voel zijn hart en vraag haar naam

Wat er in ons allen van binnen zit:
Onzekerheid en bloed. Zenuwen en pit.
Adem en spieren. Liefde en botten.
Dood gaan is niet rotten.
Het is voor eeuwig leven.
Onder de grond zijn we allemaal gelijk.
En alles is vergeven.

Chris Bellekom
Stadsdichter van Gouda
21 april 2025 tijdens het Paasontbijt op de markt.