Van stadsdichter naar stadsopener

Een trap vol publiek in de Goudse bieb
zoekt elkaar op zonder elkaar aan te raken  
Smoest, roezemoest in afwachting van
dat ene moment: de bekendmaking 
van de nieuwe stadsdichter van Gouda
Het had best wel wat van een spreading event

Het moment is gekomen en weer gegaan:
felicitaties, bieren, vieren en een
onwezenlijk besef dat je aan de gang
mag gaan met gedichten, feesten
en grootse evenementen: 
75 jaar bevrijding, 750 jaar stad

Ach, slechts 3 dagen heb ik dat genot
gehad. Daarna kwam alles uit het vat
van een virus van het biermerk corona

De stad ging dicht en deze
stadsdichter werd bijna uitgewist
Bijna, maar niet helemaal
Want al snel besefte hij dat
juist de woorden van een dichter
met ritme, rijm en warmte
en wat waarheid

de huizen en plaatsen open
maken die door virus, serieuze angst 
en maatregelen waren dichtgeslagen
En met hem gingen vele andere
dichters op het dichterspad
Nooit heeft een stadsdichter zoveel
spontane collega’s gehad

We zijn nu een jaar verder
voorjaar en vaccin wenken
Maar de stad is nog dicht
Winkels zijn gesloten en 
wanden komen op ons af
En geen gedicht kan dan
verhullen dat we meer
dan mooie woorden willen 
En daarom is er maar één ding dat ik 
nog liever dan een stadsdichter wil zijn 
en dat, beste burgers en collega’s, 
is om uw stadsopener te zijn

Peter Noordhoek

Enkel in Gouda

In de fragmenten van een nacht
Door de flarden van een vreemde stad
Bij het wachten op een vliegveld
In de schaduw van verbaal geweld
Waar ik ook ben, waar ik ook ga 
Enkel in Gouda ben ik thuis 
Want dat is waar jij bent 
Dan ben ik bij jou

In de steden van ons land
In de glazen torens aan haar rand
Wetend dat daar niets enkel fout is
Maar ook niets enkel goed	
Dan denk ik: ik weet waar ik naar terugga
Enkel in Gouda ben ik thuis
Want dat is waar jij bent
Daar ben ik van jou

In het vouwen van een trui
In het aaien van onze kat
In het even een boekje kopen bij Verkaaik
Het soort boekje waar jij van houdt
Ja, enkel in Gouda ben ik thuis
Want dat is waar ik op je wacht
Daar ben ik er voor jou

Toch?

Wee de liefde die van een dichter houdt
Weet je wel zeker of je van mij
of van mijn woorden houdt?

Is het niet zo dat je nooit zeker weet
of het niet steeds alleen om mij, 
mijn woorden en mijn ego gaat?

Inderdaad. Maar de werkelijkheid is ook 
dat ik zelf dat lang niet altijd weet 
of wil

En dat enkel daarom al, ik altijd
terug naar Gouda en mijn liefste ga
En dat jij dat, nog altijd
in liefde gebeuren laat

Gedicht voorgedragen in de finale van de

Stadsdichtersverkiezingen Gouda 2020

als bijzondere opdracht: “Gouda in enkelvoud”

Uw nieuwe stadsdichter

Ik ben uw nieuwe stadsdichter
En had zo graag willen dichten
over veel te hoge parkeertarieven
overvolle afvalbakken
en ander ongerieven

Maar nu ben ik uw crisisdichter
virusdichter, beurzen-
en te hoog waterdichter
Kan mijn dichtwerk nergens kwijt
Word door iedereen gemijd

Had het mij zo anders voorgesteld
Voel mij een beetje uitgesteld

Naar aanleiding cartoon in Goudse Post 11 maart 2020

Dichter op Gouda

Louter lichtende lijnen
van stadhuis naar godshuis
van schouwburg fel gekleurd reikend naar bioscoop
van cultuur naar cultuur
van mijn
naar ons thuis


Er loopt geen grens
tussen bibliotheek en Vromanplein
tussen stad en water
tussen stad en weideland
tussen mijn en jouw stad

Een stad om te blijven
nergens een scheidslijn
grenzeloos

Dichter op Gouda kan ik niet zijn

Als ik weg zou gaan van hier

Als ik weg zou gaan van hier

Als ik weg zou gaan uit Gouda
zou de IJssel niet meer vloeien
Stopt het grazen van de koeien 
Als ik weg zou gaan van hier

Als ik weg zou gaan uit Gouda 
Zou de Waag het wegen laten 
Zal het orgel niet meer praten
Als ik weg zou gaan van hier

Als ik weg zou gaan uit Gouda 
Zou de kerk het glas ontberen 
Zou geen trein meer arriveren 
Als weg zou gaan van hier

Ik zou niet weten waar te schuilen 
Zou me schamen voor mijn huilen
Als ik weg zou gaan van hier

Dus moet ik in Gouda blijven 
Om de liefde te bedrijven
Om nog een gedicht te schrijven 
En niet weg te gaan van hier

Joost Reichenbach 

Stadsberichten

De woorden drijven stil door ’t verlaat
omgekeerd, gespiegeld
in een vreemdsoortig schrift

Een hond, staand op een boeg,
blaft staccato zijn vaarwel
tot hoog over de sluis
naar verderop
waar juist
de dichter gaat

en zwijgt dan in het Mallegat
De enorme sluisdeuren heffen zich
om beurten
In het kielzog
buitelen de woorden
plotseling uitzinnig mee
in de watermacht

en stromen langzaam verder
door de rivieren navelstreng
Ze komen pas bij zinnen
in het zicht van de zee
waar ontheemd
de dichter wacht

Er wonen woorden in mijn hoofd

Er liggen letters in mijn hoofd 
Luierend in de hangmat van de verbeelding 
Beetje schommelen op gedachtegolven 
Alsof het zomer is daarboven
 
De lelijkste tijd om een letter te zijn 

Er wonen woorden in mijn hoofd 
Eten zich een toekomst aan de keukentafel 
Groeien hun hoofd tegen de zoldering 
Om zich dan volwassen te noemen
 
Woorden wijzen soms de verkeerde weg 

Er zingen zinnen in mijn hoofd 
Kaatsende klanken aan een krekelmeer 
Rijgen regels aaneen tot sereen symfonie 
Roepend om meer vrijheid 

Of ik mijn hoofd even leegschudt op papier 

Maar de mooiste letters kennen geen volgorde 
De mooiste woorden duren eindeloos 
De mooiste zinnen zijn ongeschreven
 
Ze voelen het mooist 
Het warmst 
Het waarst 
Het raakst 

Als ik ze schrijf zijn ze verloren 
Voor de schoonheid die ik ze heb beloofd
toen ze nog woonden in mijn hoofd

Ruud Broekhuizen