Papavers

De belofte van voorjaar
verzandt in zinderende dagen.
Merels liggen in verstofte aarde uitgespreid.

Voordat je het doorhebt,
bloeien de papavers,
verkondigen de zenders oorlogstijd.

Ik ren rond met gieters water.
Alles vlucht de scheuren in,
waarna het in diepe grond verdwijnt.

Sloop de Muren

Sla tegen de muren van de kazerne.
Met bulldozers en betonnen ballen.
Verpulver het cement
dat onze vrees voor de koude oorlog
vastlijmde aan de hoop op vrijheid.
En ontsteek een fontein van vuurwerk
terwijl we dansen op het vlakke zand 
met wildvreemden.
Dicht tegen elkaar.
Nooit meer iets tussen ons in.

We slaan tegen de tegels van de moskee.
Met jihadpreken en rollende hoofden. 
Zetten een muur
tussen juffrouwen in korte rokjes
en moslimmannen in een lange jurk.
Leggen de kooltjes op de barbecue,
of trekken ons onverdoofd terug
in onze achtertuin.
Met een eigen hekje.
Zonder uitzicht op de buren.
Ik wil dansen.
Dicht tegen je aan.

Ruud Broekhuizen

Oorlogskind

Zonen en dochters
die hun helmen pakken
en hun plunje laten zakken 
op het slagveld.
Ze ruiken naar moeder.

Jongens en meisjes
zijn het nog, niet meer. 
Puberpuistjes op patrouille. 
Strijdend zonder twijfel, 
een foto van moeder op zak.

Hij belt op vrijdag.
Hij mist zijn vrienden van voetbal,
en dat hij snel zijn veldbed in moet gaan 
Moeder zegt nog:
doe je wel een pyjama aan.

Met de hoorn in haar hand 
komen de herinneringen.
Talkpoeder op de commode. 
Kleutersnurkjes in bed.
De stank van tienerdeodorant.

Nu maakt hij meters met mortieren en meer.
Vecht voor vrijheid, democratie, islam.
Hij jaagt dromen achterna
met de nachtmerries van zijn moeder.
Wanneer zijn je kinderen groot?
Tot ze het leven opzoeken?
Of de dood?

Ruud Broekhuizen