Gewoon doorlopen

Niet omkijken nu. Gewoon doorlopen. Je voetstappen
horen weerklinken van de gevels. Dat gaat goed.
De uiterste brug over. De binnenstad in. En blijven doorlopen.
Nakijkers. Niet op letten. Onverslaanbaarheid veinzen.

Even stilstaan bij een foto in de etalage (de volkomen blik
van Salgado) mag wel. Maar nu weer doorlopen.
Fier rechtop aan de kroeg voorbijgaan.
Laten zien dat je het aankan; man alleen zijn.

Met je pijp in je mond. Rookwolken uitstotend
als een stoomtrein (ook van staal, en gitzwart geschilderd).
Geen acht slaan op de hond die toeschiet om te bijten,
haast de lijn breekt. Doodgewoon door blijven lopen.


Jan Graafland

Slotje

Ik hoor een slotje langzaam los gaan klikken
van een deur die wijzelf hebben dichtgedaan
Een sterk gevoel van bevrijding wrijft 
met een weigering om zelf naar buiten te gaan
Uit angst, voorzichtigheid en de
duidelijke belachelijkheid van beiden
Nietwaar?

Wat zijn wij toch dubbele wezens
En wat hebben we het gezag toch nodig
om een vrijheid te pakken die we
allang hadden willen nemen

daarna

 stel je voor
 je leeft een oorlog
 die je dagen vult
 die de stad in duister hult
 je leeft een oorlog
 die langer duurt
 nooit meer lijkt te stoppen
 en dan is daar het uur
 dat je vrijheid voelt

 zakdoeken zwaaien vreugde
 vlaggen waaien buiten
 zonder dat de ruiten
 worden ingegooid en de
 bewoners weggevoerd -

 iedereen open, iedereen ontroerd
 door soldaten op schouders
 en dansende ouders
 die met kinderen slingers
 op de markt vormen,
 
 zo werd vrij zijn
 een feest
 dat wij
 delen 

Vreemdeling

ik ben een vreemdeling
in deze stad
ik zoek een huis

ik wandel door de straten
en sta stil bij de kerk,
ik droom van werk
bij het beeld van de drukker

een vreemdeling ben ik
in deze stad

breng mij mijn vrouw en kinderen of
breng mij mijn vrijheid of

een vreemdeling blijf ik
in deze stad
verraad me niet
sla je mantel om me heen

Frouwkje Zwanenburg

Mij roepen de verten

mij roepen de verten
was ik een zwerveling
mijn liederen 
zouden klinken in de ruimte
was ik een schepeling
mijn verzen
zouden wandelen over zee
op bladzijden
opengeslagen wolken
zou ik woorden schrijven
en late vogels
zouden die meevoeren
naar de wenkende nacht

niemand zou ze lezen
en ik zou gelukkig zijn

Inez Meter