Erfgoed

Wij lopen
waar zij ook liepen
Wij slapen
waar zij ook sliepen
Wij wonen, werken, leven
waar zij dat ook deden
Voor ons
Zo ver, ver, voor ons

Iemand bouwde hier
ooit een huis. Verbouwde, 
verfraaide en verslonsde het
Iemand kocht dat huis
Leefde, had lief en stierf
Iemand deed het van de hand
En zo ging ons pand
van hand tot hand
Wij wonen
waar zo velen woonden
Zien hetzelfde licht
Bewegen in hun schaduw
Groeien mee met de stad
Leven in dezelfde panden
Beheren het
Onderhouden het
Koesteren het
en doen het ooit van de hand
Brengen ons erfgoed
naar volgende handen


(Nou, nou, zei die man
in nieuw Westergouwe, 
van mij mogen ze die ouwe meuk wel houwe)

Het Goudse klokkenspel

(Liedje op de melodie van het klokkenspel.) 

Meer dan zevenhonderd jaren
zitten wij verstopt in ’t stadhuis.
Kijk, de poort staat opengeschoven,
Gouda wordt weer stad, met rechten incluis.

Naar ons kijken armen, rijken,
burger, koopman en toerist.
Jonge paren, Gouwenaren,
samen met een engel die ons mist.

Floris gaf zojuist de rechten
aan de stad met Cats aan het hoofd.
Samen schuiven zij naar binnen,
maar ze keren terug, dat is beloofd.

Ja, ze keren terug, dat is beloofd.


Frouwkje Zwanenburg