De tirannie verdrijven

Soms mompel ik zacht ’t Wilhelmus
maar eigenlijk zouden we het moeten schreeuwen
in plaats van ongemakkelijk zelfbewust.

“de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt.”

Iedere dag loop ik in de Krugerlaan
En iedere dag zie ik de namen staan
In kleine bronzen steentjes op de grond

De namen heb ik zo vaak gelezen dat ik ze ken.
Bettina. Mirjam. Hugo. Herbert. Lewkowicz.

Op een dinsdag vertrok de trein naar Westerbork
Op vrijdag waren Bettina, Mirjam en Hugo dood.
In de armen van mama de gaskamer in gedragen.
Dat was in die jaren het lot van een Jood.

Herbert dacht dat ze terug zouden keren.
Wachtte dagelijks op bericht
Smaller en witter werd zijn toch al spitse gezicht.
Hij heeft nog negen maanden moeten wachten
Voor hij zijn kinderen weer in de armen sloot.

Hij maakte een omslag voor een fotoboek voor haar
“Mirjam” staat er gestileerd op de voorpagina.
Ze werd nog net geen drie jaar.
Van Hugo is er nooit een foto gemaakt.
Hij werd stil in Auschwitz. Huilend en naakt.

Ik kijk door het verleden naar het gezin op de hoek
Ik blader door een fotoboek
En ik huil dwars door de woorden heen
Er zijn nooit meer genoeg woorden
Ik ben alle begrip verloren
Voor mensen die mensen vermoorden

Soms mompel ik zacht ’t Wilhelmus
maar eigenlijk zouden we het moeten schreeuwen
in plaats van ongemakkelijk zelfbewust.
“de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt.
en nooit meer nieuwe bronzen stenen in de grond.

Chris Bellekom

Stadsdichter van Gouda

4 mei 2026 – Dodenherdenking – Sint Jan

Edith

Ik weet niet hoe je was
Maar ik weet dat je veel ouderwetse woorden gebruikte zoals ‘haast’ en ‘pas’
Het is gek om te bedenken dat je ouders had en een broer
En dat je lieve brieven schreef

Ik stel me zo voor
Dat je je vader als hij thuiskwam misschien wel in zijn armen vloog
Dat je broer stomme grappen maakte
En dat je moeder rode sokken haakte
Dat je nog niet veel begreep want je was nog jong
Maar dat je wist wat liefde was

Dat een storm niet meer was dan regen
Dat je naar het tikken op het dak luisterde met je broer
En dat jullie enkel zwegen
Dat je kinderboeken las
Dat je ’s zomers speelde in het gras
Omdat de wereld nog heel was

Het is gek om te bedenken
Dat een storm niet enkel regen bleef
Dat je je allerlaatste brieven schreef
Dat je nog niet wist wat je later wilde worden
Maar dat later later bleef

Brecht Boekraad
Gouda 20 februari 2025

bij de opening van de tentoonstelling ‘Edith: een gewoon Gouds meisje’ in museum Gouda

(zonder titel)

(zonder titel)

dat iemand
in de trein stapt
naast iemand anders gaat zitten
een familiefoto tevoorschijn haalt
en vertelt
dat de foto een nagedachtenis is
aan weggevoerde geliefden
op wie lang en vergeefs is gewacht
dat er bij diegenen die nooit zijn teruggekeerd
een kruisje is aangebracht

en dat iemand anders
dan geschokt vaststelt
dat er bij allemaal – op één na-
een kruisje is aangebracht

dat iemand
wijst dat zij dat meisje is
vrolijk jurkje
glimmende schoentjes
zonder kruisje
dat zij destijds veilig is ondergebracht
en op deze dag een lezing houdt
over de genocide
het vergeefse wachten
het aanbrengen van kruisjes
opdat wij niet vergeten

en dat iemand anders
dan zegt dat dit nooit
nooit meer mag gebeuren
dit uiteenscheuren
van onschuldige families
dat we niet zullen vergeten

dat iemand
die middag vergeefs
op iemand anders wacht

en dat iemand anders
op deze niet zomaarse dag
dan plotseling minutenlang stilstaat
zo intens bewogen stilstaat
dat haar dochters
glimmende schoenen
fleurige kleding
selfies gepost
ontredderd hun pas inhouden

en dat iemand anders
dan opstaat en zegt
dat we nooit mogen vergeten
dat de geschiedenis eeuwig rijmt
we altijd hebben geweten
dat in de rimpeling van een kleine leugen
de kiem ligt van een oorlog
dat Elohay Selichot
God van de vergeving
ons niet voor niets de rede heeft gegeven
en dat daarin het begin ligt
van de weg naar vrede

dat iemand
op een niet zomaarse dag
in de trein stapt
naast iemand anders gaat zitten
en een familiefoto tevoorschijn haalt

Hanneke Leroux

uitgesproken bij de Holocaust herdenking Gouda, 28 januari 2024

Wat kan het kwaad

Wat kan het kwaad
wanneer wij vergeten
niet meer willen weten
wat er met wie is gebeurd

als we niet stilstaan
maar op weg naar baan of studie
over struikelstenen stappen en
gedenktegels niet lezen
want daar zijn er al zoveel van
en we komen tijd tekort

in al onze haast
verslijten de verhalen
tot er niets meer van beklijft
tot er niets meer overblijft
dan een oppervlakkige special
op tv
zo rond 4 mei

als wij geschiedenis vergeten
dan kan het kwaad

twijfel zaaien
woorden verdraaien
harten verstenen
schouders ophalen
om de verdwenen namen
de verdwenen verhalen

en ons slapend klaarstomen
voor de herhaling.

Jeffrey van Geenen
stadsdichter van Gouda

Uitgesproken bij de Holocaustherdenking in de stationshal, 29-01-2023

Holocaust herdenking

De Talmud zegt:
een woord is één munt waard
Een stilte twee

En elke naam is een stilte
een woord en nog
een stilte waard

Vooraf, de stilte van verwachting
van hoop, de voorzetting
door generaties heen

Dan na de geboorte het woord:
de klank die beeld en daden
hoorbaar maakt, de naam geraakt

En dan de stilte van het niet meer zijn
woorden bij het afscheid
STIL, stil, stil gehoord

Tsja

Zo zou het moeten zijn
Mag het moeten zijn

Maar soms moeten namen
juist opnieuw worden gehoord

om wat uit onze stad is opgehaald
afgevoerd, vervoerd en vermoord

En daarom zijn op onze Goudse straten
in stilte, woord en Stolperstein

hun namen steeds opnieuw te horen
gaat geen woord of stilte verloren

Peter Noordhoek

Gedicht geschreven naar aanleiding van de Holocaust herdenking op 27 januari 2021