de woorden
die ik gisteren dacht
vind ik niet meer
er is heimwee 
naar die woorden

woorden over
de kern van bestaan
woorden over de kern
van verlangen
woorden over
de kern van eeuwigheid

de woorden
die ik gisteren dacht
vind ik niet meer


Inez Meter

Godlof

hun namen worden gered
keren terug in de stad
waar zij woonden
de weggevoerden

in de straat waar hun huis staat
in de stoep waar hun voetstap ligt
zal hun leven
en na de wegvoering
ook hun niet – meer – leven
leesbaar zijn

leesbaar voor ieder
die daar even stil zal staan
		         stil zal zijn

in hun namen keren zij weer

Inez Meter

Stadhuis

Als er een gracht zou liggen
om het Stedelijk huis
zou het onbereikbaar zijn
zou het weerspiegelen
in het water
hoogte verliezen
en bij elke rimpeling
de restauratie 
teniet doen

Vreest niet
burgers
het staat verankerd
op een plein

Inez Meter

niets meer te zijn
dan een wakend kind op zee
verwonderd kijken naar de maan 
die verbleekt bij het
naderen van de zon
kort na middernacht

niets meer te zijn
dan een wakend kind op zee
wachten op het wonder
van wassen en ondergaan
is wonen in een oertijd
met oude klanken

niets meer te zijn
dan een wakend kind op zee
luisteren naar de nacht
met woorden van de wind
en de stem van het water


Inez Meter

Vensters op de horizon

zoals
de zon onderging
zie ik haar opkomen
bloedwarm
maar dakloos

*

om 6 uur vroeg
terug uit de polder
iedereen sliep nog
vogels zongen
een
welkomstlied

*

geef mij de boerenhoeve
laag
met vensters op de horizon
onder het rieten dak
nestelen vogels
zwaluwen vliegen om
langs de gekartelde wegrand
loopt een mens

*

spanning van gisteren
lost zich op in de morgen
waaiert uit over de polder
tot ik weer zorgeloos ben

*

lijnen van sloten
in grasland
een dromende vogel
in kroos
wuivende wilgen
tegen witgevlekte lucht 

dit is bestaan

*

een blauw jack
klompen
en een pet wilgen omlijsten zijn leven
vogels vliegen in en uit
na de zaadval
rijpt het koren

*

de sloot 
verheugt zich
in het waden
van deze 
volslanke reiger

*

overeenkomst van
eendenspoor in het water
met een vogelvlucht

*

groene
gebogen wilgen
dragen
een sluier van regen
vandaag

*

het glimmend 
bruin
paardenlijf
verraadt een regenbui

mijn haar is nat

*

tegen het donker
valt het verlangen in als
een getijdestroom

*

dim de lichten
je verblindt het land
sluit je mond
je overschreeuwt de vogels

wie zei toch:
je mag niet praten
als een ander spreekt

*

Inez Meter

Mij roepen de verten

mij roepen de verten
was ik een zwerveling
mijn liederen 
zouden klinken in de ruimte
was ik een schepeling
mijn verzen
zouden wandelen over zee
op bladzijden
opengeslagen wolken
zou ik woorden schrijven
en late vogels
zouden die meevoeren
naar de wenkende nacht

niemand zou ze lezen
en ik zou gelukkig zijn

Inez Meter

Gouda een ode

In een plaats geboren worden
en daar blijven
tot oudwordens toe
is reizen in de tijd
in verwondering

onder de wolken
langs de rivier
ligt mijn geboortestad
     mijn levensgenoten
de huizen aan de gracht
houden elkaar vast
leunt de één op de ander
al eeuwenlang
delen ze lief en leed

het oude centrum
knipoogt als het donkert
een langgerekte Jan
poogt zich te verstoppen
losliggende stenen
in de steegjes
fluisteren
vroeger is niet dood

vroeger kan lang geleden zijn
vroeger kan nostalgie worden
vroeger is een ontdekkingsreis

zij
met wie ik groot geworden ben
en zij
die mij grootgemaakt hebben
zijn er niet meer
brokjes liefde
stukjes genegenheid
zijn sporen die blijven
vroeger is niet dood

nog zijn er stadgenoten
van weleer
ik ken hen van naam
of van gezicht
soms is er oogcontact
een handgebaar
woord van herkenning
onze verliezen zijn bekend
worden opgevuld met aandacht
het verlorene is aanvaard
en 
er is leven

in een plaats geboren worden
en daar blijven
tot oudwordens toe
is reizen in de tijd
in verwondering


Inez Meter