Erfgoed

Wij lopen
waar zij ook liepen
Wij slapen
waar zij ook sliepen
Wij wonen, werken, leven
waar zij dat ook deden
Voor ons
Zo ver, ver, voor ons

Iemand bouwde hier
ooit een huis. Verbouwde, 
verfraaide en verslonsde het
Iemand kocht dat huis
Leefde, had lief en stierf
Iemand deed het van de hand
En zo ging ons pand
van hand tot hand
Wij wonen
waar zo velen woonden
Zien hetzelfde licht
Bewegen in hun schaduw
Groeien mee met de stad
Leven in dezelfde panden
Beheren het
Onderhouden het
Koesteren het
en doen het ooit van de hand
Brengen ons erfgoed
naar volgende handen


(Nou, nou, zei die man
in nieuw Westergouwe, 
van mij mogen ze die ouwe meuk wel houwe)

Binnen stadsmuren

Er nestelt zich een denkbeeld in mijn hoofd
wij zijn een moederloos gezin en ieder gaat
zonder enig beraad zijn eigen gang

Het bad stroomt langzaam over want ik ben
de vollopende kuip weer straal vergeten
mijn zussen sussen zachtjes mijn geweten
en scheuren vlug het druipnatte behang
in lange stroken van de schimmelige muren

Een broer speelt argeloos in de achtertuin
klimt in de boomhut; de eik wordt echter met geweld
gegrepen in de volle kruin en bruusk geveld door vader
Die heeft aan kinderspel een broertje dood

De eerste scheur loopt als een gebarsten ader
-nog zonder erg- dwars door de gevel van ons huis

Een vallend boomdeel vermorzelt glas in lood
breekt ruw door het timpaan wij zien het lijdzaam aan
en zwijgen stom omwille van de buren

Behouden wij het recht om uit te dagen
kunnen we de buit nog vangen en verdelen
en kan het ons een ziertje schelen
dat iemand hier om iets of iemand anders geeft?

Een witte lelie bloeit behoedzaam binnen onze muren