Peter Noordhoek is dichter zonder dat zo te hebben bedoeld. Voor ‘echte’ dichters heeft hij altijd een groot ontzag gehad, maar zelf heeft hij moeite zich zo te zien. Hij ziet het meer als een soort ‘zingend proza’, waarbij het inhoudelijk best diep kan gaan, maar de woorden te volgen blijven. Verder kenmerkt zijn werk zich o.a. door een voorkeur voor bijzondere thematiek: gedichten over werk (‘organisatiepoezie’), gedichten over kerst en nieuwjaar, over clichés, over politiek en bestuur en andere invalshoeken die buiten de gebruikelijke thematiek vallen.

Omdat zijn periode als stadsdichter nagenoeg geheel samenvalt met Corona is ook daar een bundel over. Hij meest koestert hij de dichtroman ‘Over de rand’. Op een dag verzamelde hij alle gedichten die hij tot zijn 28e geschreven had, legde deze op volgorde van een mensenleven en liet een oude man vertellen hoe de gedichten zijn leven beschrijven.

Inmiddels is het nodige van zijn hand verschenen. Op www.peternoordhoek.nl staat een uitgebreid overzicht, inclusief meerdere bundels van zijn hand. Deze bundels zijn ook te downloaden of verkrijgbaar via Uitgeverij MeerdanNu.

(zonder titel)

Mensen zeggen vaak dat het wel goed komt,

Dat je je niet zo druk hoeft te maken om het klimaat.

Maar ik denk aan later.

Ik denk aan mijn gedroomde kinderen.

Ik wil dat ze kunnen lopen door een schone wereld.

En als ze onder de sterrenhemel slapen,

Wil ik dat ze wakker worden zonder donkere wolken boven hun hoofd.

Ik wil ze kunnen vertellen dat ijsberen en pinguïns in het wild leven.

En ik wil dat we elke winter in de sneeuw kunnen spelen.

Daarom kies ik de fiets.

Koop ik tweedehands kleding.

Voorkom ik voedselverspilling.

Zet ik de lamp wat eerder uit.

 Douche ik net wat korter dan normaal.

Ik wil ze alles laten zien,

Zonder uitleg te hoeven geven.

Ik wil dat ze kunnen genieten van het leven.

Puck Spoel

ter gelegenheid van de Kinderklimaattop

Hou vast

Hou vast. Houd me stevig vast.
Omhels me en omarm me.
Hou me vast en laat me niet meer los.
Laat me wonen in je hart.
Laat me wonen in je hoofd.
In je gedachten.
In je dagen in je nachten.
Laat me wonen in je zachte krachten.
Geef me een huis in je herinnering en in je hoop.
Ga met me wandelen en pak mijn arm.
Dan pak ik de jouwe.
Dan wandelen we door het verleden.
Dan loop ik voor je uit de toekomst in, naar huis.

Hou vast. Houd me stevig vast.
Omhels me en omarm me.
Hou me vast en laat me niet meer los.
Omhels me en omarm me en geef me houvast.
Hou me vast. Houd me goed vast. Houd van mijn vasthouden.
Laat je gedachten los en laat je vingers door me heen gaan.
Zucht je adem voel de wind over je gezicht je wangen zacht zoenen.
Dat ben ik die je tranen verdampt.
Vorm mij in je geestesoog.
Laat je vingers door de aarde gaan.
Vorm mij uit klei.
Blaas me vol met leven.
Adem uit zodat ik in kan ademen.
Vergeet dat ik ooit kwaad ben geweest.
Vergeef me dat ik je vooruit gegaan ben.
Maar ik zal op je wachten in het zonlicht op een bankje voor het huis.
Maar omhels me nu en kijk me aan en hou me vast.
Want ik verlaat je niet ook als je me soms vergeet.
Dan zal ik jou niet vergeten
Al wat jullie zijn is mijn evenbeeld.

We zijn gelijk elkaar en ik wil je vasthouden dus hou mij vast.
Hou vast. Houd me stevig vast.
Omhels me en omarm me.
Hou me vast en laat me niet meer los.
En daarin ligt onze verlossing
Hou vast. Houd me stevig vast.
Omhels me en omarm me
Omhels me omarm me. Erbarm me.

Chris Bellekom

Paasontbijt op de Markt 6 april 2026

Gouda mijn thuis

Gouda voelt als mijn thuis,

Als ik langs de grachten naar huis fiets.

Gouda voelt als mijn thuis,

Als ik het vrolijke deuntje van het stadhuis hoor klingelen.

Gouda voelt als mijn thuis,

Als de geur van warme stroopwafels mijn neus binnendrijft.

Gouda voelt als mijn thuis,

Als ik de kerklokken van de Sint-Janskerk hoor luiden.

Gouda voelt als mijn thuis,

Als ik even niet meer weet wat thuis is en hoe thuis voelt.

Gouda is thuis.

Puck Spoel

Vroeger

Vroeger.

Wat is nou vroeger?

Is vroeger,

 Hoe je me nog wel herkende.

Hoe je nog lachte als je naar mij keek.

Is vroeger de gedachte over jou.

Toen ik jou nog kende, hoe je toen voor mij was.

Is vroeger,

Zonder gedichten over jou.

Is vroeger,

Mijn mond houden en blij zijn dat ik jou heb.

Of is vroeger,

De gedachte waarin ik jou nog ‘normaal’ vond.

Omdat ik niet anders gewend was.

Vroeger is alles beter zeggen ze.

En ik ben het daar helemaal mee eens.

Puck Spoel

Misschien is dat wel licht

Misschien is dat wel licht.

Niet het branden van een kaars,

Maar het lachen van een kind.

Niet het stralen van de zon,

Maar het omhelzen van iemand van wie je houdt.

Niet het knipperen van een lamp,

Maar het warme gevoel dat je krijgt als je iets goeds voor een ander doet.

Misschien is dat wel licht.

Dus als de kaars niet meer brandt.

De zon niet meer straalt.

En de lamp niet meer knippert.

Denk dan aan:

Het lachen van een kind.

Het omhelzen van iemand van wie je houdt.

En het warme gevoel dat je krijgt als je iets goeds voor iemand doet.

Want dan ergens diep vanbinnen,

Schijnt er altijd nog licht.

Puck Spoel

Het perfecte, kwetsbare meisje

Ik ben niet begonnen met dichten, omdat ik het wilde of leuk vindt.

Maar omdat ik ergens mijn verhalen kwijt moest.

Ik wilde helemaal niet dichten,

Want dan leek ik het perfecte meisje.

Die altijd alles goed deed.

En nooit wat fout.

Die zich kwetsbaar opstelde.

En haar emoties liet zien.

En dat haatte ik,

Want dat konden mensen hun mening geven.

En ik daar nog dagenlang over piekeren.

Dus ik probeerde andere dingen,

Maar alles leek op wat er nog niet was.

Dus begon ik maar weer met dichten.

En leek ik weer dat perfecte kwetsbare meisje.

Die altijd alles goed deed en nooit wat fout.

Die haar verhalen vertelde.

En haar emoties liet zien.

Ondanks dat ze dat haatte.

Ondanks dat mensen haar konden raken.

Ondanks dat ze dat doodeng vindt.

Ondanks dat ze daar nog dagenlang over zou piekeren.

Puck Spoel

(zonder titel)

Rustig kabbelend
Door de bossen
Of vol stroomversnellingen
Van de berg
Stil in een vijvertje
Of de Grote Oceaan
Maar toch altijd
Pas ik me aan
Stroom ik waar
Ik hoor te stromen
Blijf ik waar
Ik hoor te zijn
En accepteer ik het
Als ik word vervuild
En leeggevist
Opgewarmd en verwoest
Drooggelegd en buitengesloten
Maar soms is het genoeg
Ben ik het zat
Werk ik niet meer mee
Is het klaar, basta
Kom ik terug
Sla ik terug
Harder dan verwacht
Verover ik weer wat
Land op de mensen
Grijp ik voor even weer de macht

Timo van Gastel

ter gelegenheid van de voorleeswedstrijd op 5 februari 2026

(zonder titel)

Sommige mensen geloven niet,
Niet in politiek of in God 
Niet in wonderen of in Sint en Piet
Niet in toeval of in het lot 

En om eerlijk te zijn 
Begrijp ik dat wel 
Want tussen al het slechte nieuws
Zie je het goede minder snel 

Ik hoor over polen die smelten
En plastic in de zee 
Bossen die verdwijnen 
En boze mensen bij een azc 

Drones boven ons land
Oorlog over de grenzen 
Veel te weinig woningen 
En nog meer boze mensen 

Maar in plaats van 
Over slechte dingen zeuren
Is het toch veel leuker om
Goede dingen te laten gebeuren 

En ze zijn er ook wel 
Soms even zoeken 
Maar dan vind je ook dingen als
De langste egelroute 

De donaties aan de voedselbank
En Sint voor ieder1 
Berichten die laten zien 
Samen sta je sterker dan alleen 

Dus zullen we nu beginnen dan
We zijn toch allemaal bij elkaar
En voor een nieuw begin
Is dit wel de beste tijd van het jaar

Heel de stad met kaarsjes verlicht
Sfeer, gezelligheid en muziek
Warme chocomel met slagroom
Beter kan het niet 

En als ik dan duizenden kaarsjes
Hier in Gouda zie 
Kan ik toch niks anders 
Dan geloven in magie.

Timo van Gastel, junior stadsdichter van Gouda

ter gelegenheid van Gouda bij Kaarslicht, 12 december 2025

De staat van de Kunst

De wereld staat in lichterlaaie
Genocide Hongersnood Bommen en granaten.
Landsgrenzen zijn optioneel, staan ter discussie
En wij nemen nog een bitterbal een biertje
Schuilen onder een verwarmd terras een kwartiertje
tot de bui over is.

De rebellen doden kerken vol kinderen
De overheidsgetrouwen steken moskees in de brand
Gevoelloze machines trekken ten strijde
En onze expositie staat groot in de krant
Die deze week vanwege de vakantie niet bezorgd is.
Ellende.

We bouwen onze eigen staat
een klein landje vol schoonheid en ongemak
Een handjevol hoop hoe het eigenlijk zou moeten zijn
Warm en droog en bekeken door een ander oog.

We dansen op deze salon langs en met elkaar
We bouwen, kwasten, kleien schaven
We spreken onze eigen taal en tonen onze eigen discipline
We blazen glas en breken botten
En we kijken samen wat er nog te redden valt

In de staat van de Kunst ben je veilig
Kun je vluchten, schuilen, rusten
We proberen te inspireren.
Hier is alles dynamisch en gevarieerd.
Tactiel en ongecensureerd
Zorgvuldig gecomponeerd.

De wereld staat in lichterlaaie
Genocide Hongersnood Bommen en granaten.
Landsgrenzen zijn optioneel, staan ter discussie
En wij nemen nog een bitterbal een biertje
Schuilen onder een verwarmd terras een kwartiertje
tot de bui over is.

Misschien kunnen we de wereld blussen
We bouwen onze eigen staat van Kunst
en veroveren straat voor straat
Tot de hele wereld
Niet meer ten onder gaat.

Chris Bellekom
bij de opening van een expositie van de firma van Drie op 1 augustus