Peter Noordhoek is dichter zonder dat zo te hebben bedoeld. Voor ‘echte’ dichters heeft hij altijd een groot ontzag gehad, maar zelf heeft hij moeite zich zo te zien. Hij ziet het meer als een soort ‘zingend proza’, waarbij het inhoudelijk best diep kan gaan, maar de woorden te volgen blijven. Verder kenmerkt zijn werk zich o.a. door een voorkeur voor bijzondere thematiek: gedichten over werk (‘organisatiepoezie’), gedichten over kerst en nieuwjaar, over clichés, over politiek en bestuur en andere invalshoeken die buiten de gebruikelijke thematiek vallen.

Omdat zijn periode als stadsdichter nagenoeg geheel samenvalt met Corona is ook daar een bundel over. Hij meest koestert hij de dichtroman ‘Over de rand’. Op een dag verzamelde hij alle gedichten die hij tot zijn 28e geschreven had, legde deze op volgorde van een mensenleven en liet een oude man vertellen hoe de gedichten zijn leven beschrijven.

Inmiddels is het nodige van zijn hand verschenen. Op www.peternoordhoek.nl staat een uitgebreid overzicht, inclusief meerdere bundels van zijn hand. Deze bundels zijn ook te downloaden of verkrijgbaar via Uitgeverij MeerdanNu.

Lieve Marian

Als ik zou schrijven over kleurrijk Gouda
Dan zou ik je kunnen schrijven
Over de rode stadhuisluikjes
De groene wal
De vlag op een paarse vrijdag
Misschien zelfs over de Blauwstraat, de Groeneweg, het Rode Dorp
Ik zou je kunnen schrijven over de regenboog die ons de stad in leidt.

Maar lieve
Het liefst schrijf ik je
Over Hassnae
Mijn liefste collega, die het hele buurthuis kent en lachen laat.

Ik schrijf je over de generaties Goudse kleur
Over Marina, Wynn en Lot.
Die als 1 familie, 2 gezinnen, 3 generaties
Op nog geen 30 meter afstand van elkaar wonen.

Ik schrijf je over mijn eigen goede buur.

Over Sami
Sami die ik taalles gaf. En hij mij.
Over hoe hij beter was 
Want ik kan mezelf nog steeds niet voorstellen in tigrinya,
Terwijl Sami inmiddels zijn diplomas heeft.

Ik schrijf je over alle winkels
Waar je zoveel meer krijgt dan wat je koopt
Over onze blije BingoMeesters. Over Maaike, Belinda en Babs.

Ik schrijf je over de mensen die kleur inschenken en uitserveren
Met hartjes in de koffie
Met kruiden in de kommen
Met bakjes troost en plankjes gezelligheid.

Ik schrijf je over de smaakmakers van onze stad.

Ik schrijf je over mensen die mooie dingen doen, die simpelweg mooie mensen zijn
Over Irene, over Ferdin, over Evan, over Lizette,
Over iedereen die kleur bekent.

Ik schrijf over onze Dolle Mina’s en Allianties
Over zij die vlaggen hijsen, zij die onze kleur beschermen
Over mensen als Sophie, Elize, Marieke, Mart, Chantal, Guy, Franske, Chris en Jan.

Ik schrijf over de mensen die blijven zingen
Over Eefje, over Maaike
Over straks samen om de boom.


Ik schrijf je
Over al onze lichtjes
Over onze vrijwilligers
Onze mantelzorgers
Onze nieuwkomers
Over Adel en Adnan
Over Neyja en Nirouz.

Ik schrijf je over mijn eigen nieuwkomers
Over mijn liefde die voor de liefde hierheen verhuisde
Over Laura, Fien en Jet.

Ik schrijf je over de mensen die al deze kleuren zwart op wit vangen
Over eerder Leo Vrooman, Inez Meter
Over nu Chris en Puck
Over straks ook een van ons.

Lieve Marian,
Ik zal blijven schrijven
Over de mensen die jij zo helder zag
In hun kern
In hun kleur
Ik hoop ze op te kunnen vangen zoals jij dat deed
Dus ik zal blijven schrijven
Over de mensen zoals jij
Die we beter weten met andere namen
Lieve Marian,
Ik zal blijven schrijven
Over al onze Dushi’s.

Flox Verhulst

Op het plein

Ik waardeer je te weinig
Maar nu kom ik het hoekje om
Ruik ik naast de koffie en de wafels
Ook jouw spitsen in de zon

Je rode luikjes lachen me lief
Je loden glazen groeten me graag
Je poppetjes zingen zachtjes hun gedagjes
Van achter een kille steigerlaag

Het is een gegeven dat je er bent
Zo prompt hier midden op het plein
De laatste tijd wat dikjes aangekleed
Wat zul je daar inmiddels klaar mee zijn

Maar o, lief staande stadse huis,
We hebben vertrouwen in jou, over een maand of wat is het weer feest
Dan pakken ze je uit en straalt je staal
Terug van nooit ècht weggeweest

Ik was gewend aan je trotse status
Dus meestal fietste ik maar door
Maar vandaag sta ik stil en voel weer even
De verwondering die ik lang geleden verloor

Want o, lief staande stadse huis,
Hier midden op dit plein
Lief staande stadse huis,
Je bent het standbeeld van mijn thuis.

Flox Verhulst

Kom niet te vroeg

Ik kan niet blijven tot de tijd rijp is
Ik ben het wachten moe
Dus kom niet te vroeg, is wat ik je vraag
Kan je dat nog voor me doen?

Kom niet als ik wegwaai
Of als ik vaar op een zee van tijd
Kom maar als de golven zijn gestorven
Het water niet meer tot de lippen deint

Kom als de nacht bijna vallen zal
Wanneer de lucht een paarse gloed
Kom maar als het zwart niet zwaar meer is
Als we kunnen wegdromen in de vloed

Kom als de duinen niet ongeduldig doen
Als het verlangen verdrietloos voelt
Kom als de zee zichzelf in slaap zingt
En de maan zich zachtjes bij haar voegt

Bij deze smeekvraag ik je: kom alsjeblieft niet te vroeg
Kom het liefst zelfs veel te laat
Kom, Wanneer ik niet meer op te teller kijk
En jij mijn onverwachtse wending blijkt.

Flox Verhulst

Wat moet je doen als je de maan bent?

Wat als je nooit geleerd kreeg
Hoe je zelf schijnen kon
En je jaloers het licht weerkaatst
Van die altijd maar schijnende zon

Altijd door het licht van de ander
Nooit gaat het om jouw op- of ondergang
Wat als je enkel in het donker leeft?
Daar waar de meeste mensen bang

Weet dan dat je mijn nachtlampje bent
Zonder jou geen eb of vloed
En zonder jou geen schipper
Die in de nacht weet waarnaar hij varen moet

Weet dan: jij was een overwinning,
De schat, de prijs, de buit
Na jaren puzzelen en racen
Plantten ze hun vlag in jóuw koude witte huid

Dus als je hoofd weer malen gaat
Je denkt aan jouw nietszegggende bestaan
En als je hoofd dan weer balen gaat
Van jouw plek daar in die baan

Weet dan
Dat mijn lezen ooit met jou begon
Maan-roos-vis
En weet dan ook
Dat ik zonder jou niet slapen kon

En het liefste klim ik
Nog steeds met een trappetje omhoog
Zing ik daar heel zacht klein
Toch echt over jóuw schone maneschijn

Dus denk maar aan alle kindjes
En aan al die leven met hun pijn
Voel dan dat je genoeg bent, maan
Je hoeft er alleen maar te zijn.

Flox Verhulst

De zweefmolen

Doe waarvan je niet meer dacht dat je het kon.
Rijk je armen, voel de zon.
Laat je meevoeren door de wind.
Wees maar gewoon weer even kind.

Vind jezelf,
zingend, schreeuwend naar de wolken.
Zweef maar door de vliegende draaikolken
Blijf maar tollen, blijf maar draaien.
Blijf jezelf zwaaiend uitwaaien.

Kom te laat en laat het leven komen.
Droom maar al je stoutste dromen.
Zing in de lucht uit volle borst.
Les daarboven al je dorst.

Blijf maar zweven, lief.
Kom maar tot leven, lief.
Draai maar door om niet door te draaien.

Neem je tijd.
Voel je bevrijd.
En als het stoeltje ongevraagd tot stilstand komt,
maar het duizelt je alleen maar meer…

Weet dan:
Je mag gewoon nog een keer,
en nog een keer,
en nog een keer.

Flox Verhulst

Kinderklimaattop 2026

Mensen zeggen vaak dat het wel goed komt,

Dat je je niet zo druk hoeft te maken om het klimaat.

Maar ik denk aan later.

Ik denk aan mijn gedroomde kinderen.

Ik wil dat ze kunnen lopen door een schone wereld.

En als ze onder de sterrenhemel slapen,

Wil ik dat ze wakker worden zonder donkere wolken boven hun hoofd.

Ik wil ze kunnen vertellen dat ijsberen en pinguïns in het wild leven.

En ik wil dat we elke winter in de sneeuw kunnen spelen.

Daarom kies ik de fiets.

Koop ik tweedehands kleding.

Voorkom ik voedselverspilling.

Zet ik de lamp wat eerder uit.

 Douche ik net wat korter dan normaal.

Ik wil ze alles laten zien,

Zonder uitleg te hoeven geven.

Ik wil dat ze kunnen genieten van het leven.

Puck Spoel, junior stadsdichter

Een nieuwe hoofdstuk voor Gouda

Jullie starten een nieuw hoofdstuk van het grote boek, maar naar wat zijn jullie eigenlijk op zoek?

Zijn jullie op zoek naar mensen met verborgen verhalen, verhalen waar je echt in kan verdwalen.

Naar dat meisje dat zachtjes wat zei in je oor, geven we aan die mensen ook gehoor?

Naar die oudere meneer met dat goede verhaal, geven aan die mensen ook een taal?

Maar jullie hebben zelf ook goede ideeën,

Ideeën voor economie en cultuur,

Zo gaat de wethouder voor ruimtelijke ordening hiervoor door het vuur.

Jullie hebben ideeën voor zorg en welzijn,

Want de wethouder van jeugd en volksgezondheid vindt sport zo fijn.

Ideeën voor de energietransitie.

Want de wethouder van duurzaamheid gaat ook over het armoedebeleid.

Ideeën voor evenementen en groen,

Dat is voor de wethouder van openbare ruimte en vast goed wel te doen.

Ideeën over financiën en inkomen.

Daar kan de wethouder van sociale zaken en werk niet aan ontkomen.

En dan heeft de burgermeester nog ideeën,

Die naait alles aan elkaar.

En dat is het plan voor het nieuwe hoofdstuk eindelijk klaar.

Jullie maken samen keuzes voor anderen,

Jullie zorgen dat Gouda écht kan veranderen.

  • Puck Spoel, Junior stadsdichter.

Kinderen zijn de toekomst

Al 13 jaar,

Staat het kindercollege voor de jeugd in Gouda klaar.

Kinderen zijn de toekomst zeggen ze,

Maar wordt er wel naar ons geluisterd.

Naar de verhalen die zachtjes worden gefluisterd.

Of zitten we aan de stemmen van volwassen vastgekluisterd.

Maar het klopt kinderen zijn de toekomst.

En elk kind heeft minstens 1 overeenkomst.

Iedereen heeft een droom.

Groot of klein,

Al is die droom soms nog een geheim.

Het kindercollege heeft ook een droom.

Een idee voor morgen.

Een wens voor de stad.

Gewoon een gedachte dat opeens optrad.

Want een stem kent geen leeftijd,

Een stem kent geen grens.

Soms begint elke grote verandering.

Bij een kind met 1 wens.

  • Puck Spoel, junior stadsdichter.

Als we 2 minuten stilzijn

Als we twee minuten stil zijn dan denk ik aan:

De soldaten die gedwongen moesten vechten.

Aan alle mensen die zich verzetten tegen het onrecht.

Aan alle mensen die verplicht een ster moesten dragen.

Aan alle angst die mensen voelden als ze ondergedoken zaten.

Aan een brief die nooit meer gelezen werd.

Aan de vrouw die voor eeuwig op haar man wacht.

Aan alle moeders die hun kinderen hebben moeten achterlaten.

Aan alle kinderen die zonder vader moesten opgroeien.

Aan alle vaders die hun kinderen moesten missen.

Aan alle jongeren die van de een op andere dag hun vrienden kwijtraakten.

Aan alle mensen die zogenaamd anders waren dan de rest.

Ik denk aan vroeger, ik denk aan nu.

Ik denk nog aan zoveel meer.

Puck Spoel

Dodenherdenking 4 mei 2026

De tirannie verdrijven

Soms mompel ik zacht ’t Wilhelmus
maar eigenlijk zouden we het moeten schreeuwen
in plaats van ongemakkelijk zelfbewust.

“de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt.”

Iedere dag loop ik in de Krugerlaan
En iedere dag zie ik de namen staan
In kleine bronzen steentjes op de grond

De namen heb ik zo vaak gelezen dat ik ze ken.
Bettina. Mirjam. Hugo. Herbert. Lewkowicz.

Op een dinsdag vertrok de trein naar Westerbork
Op vrijdag waren Bettina, Mirjam en Hugo dood.
In de armen van mama de gaskamer in gedragen.
Dat was in die jaren het lot van een Jood.

Herbert dacht dat ze terug zouden keren.
Wachtte dagelijks op bericht
Smaller en witter werd zijn toch al spitse gezicht.
Hij heeft nog negen maanden moeten wachten
Voor hij zijn kinderen weer in de armen sloot.

Hij maakte een omslag voor een fotoboek voor haar
“Mirjam” staat er gestileerd op de voorpagina.
Ze werd nog net geen drie jaar.
Van Hugo is er nooit een foto gemaakt.
Hij werd stil in Auschwitz. Huilend en naakt.

Ik kijk door het verleden naar het gezin op de hoek
Ik blader door een fotoboek
En ik huil dwars door de woorden heen
Er zijn nooit meer genoeg woorden
Ik ben alle begrip verloren
Voor mensen die mensen vermoorden

Soms mompel ik zacht ’t Wilhelmus
maar eigenlijk zouden we het moeten schreeuwen
in plaats van ongemakkelijk zelfbewust.
“de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt.
en nooit meer nieuwe bronzen stenen in de grond.

–

Chris Bellekom

Stadsdichter van Gouda

4 mei 2026 – Dodenherdenking – Sint Jan