Peter Noordhoek is dichter zonder dat zo te hebben bedoeld. Voor ‘echte’ dichters heeft hij altijd een groot ontzag gehad, maar zelf heeft hij moeite zich zo te zien. Hij ziet het meer als een soort ‘zingend proza’, waarbij het inhoudelijk best diep kan gaan, maar de woorden te volgen blijven. Verder kenmerkt zijn werk zich o.a. door een voorkeur voor bijzondere thematiek: gedichten over werk (‘organisatiepoezie’), gedichten over kerst en nieuwjaar, over clichés, over politiek en bestuur en andere invalshoeken die buiten de gebruikelijke thematiek vallen.

Omdat zijn periode als stadsdichter nagenoeg geheel samenvalt met Corona is ook daar een bundel over. Hij meest koestert hij de dichtroman ‘Over de rand’. Op een dag verzamelde hij alle gedichten die hij tot zijn 28e geschreven had, legde deze op volgorde van een mensenleven en liet een oude man vertellen hoe de gedichten zijn leven beschrijven.

Inmiddels is het nodige van zijn hand verschenen. Op www.peternoordhoek.nl staat een uitgebreid overzicht, inclusief meerdere bundels van zijn hand. Deze bundels zijn ook te downloaden of verkrijgbaar via Uitgeverij MeerdanNu.

Kinderklimaattop 2026

Mensen zeggen vaak dat het wel goed komt,

Dat je je niet zo druk hoeft te maken om het klimaat.

Maar ik denk aan later.

Ik denk aan mijn gedroomde kinderen.

Ik wil dat ze kunnen lopen door een schone wereld.

En als ze onder de sterrenhemel slapen,

Wil ik dat ze wakker worden zonder donkere wolken boven hun hoofd.

Ik wil ze kunnen vertellen dat ijsberen en pinguïns in het wild leven.

En ik wil dat we elke winter in de sneeuw kunnen spelen.

Daarom kies ik de fiets.

Koop ik tweedehands kleding.

Voorkom ik voedselverspilling.

Zet ik de lamp wat eerder uit.

 Douche ik net wat korter dan normaal.

Ik wil ze alles laten zien,

Zonder uitleg te hoeven geven.

Ik wil dat ze kunnen genieten van het leven.

Puck Spoel, junior stadsdichter

Een nieuwe hoofdstuk voor Gouda

Jullie starten een nieuw hoofdstuk van het grote boek, maar naar wat zijn jullie eigenlijk op zoek?

Zijn jullie op zoek naar mensen met verborgen verhalen, verhalen waar je echt in kan verdwalen.

Naar dat meisje dat zachtjes wat zei in je oor, geven we aan die mensen ook gehoor?

Naar die oudere meneer met dat goede verhaal, geven aan die mensen ook een taal?

Maar jullie hebben zelf ook goede ideeën,

Ideeën voor economie en cultuur,

Zo gaat de wethouder voor ruimtelijke ordening hiervoor door het vuur.

Jullie hebben ideeën voor zorg en welzijn,

Want de wethouder van jeugd en volksgezondheid vindt sport zo fijn.

Ideeën voor de energietransitie.

Want de wethouder van duurzaamheid gaat ook over het armoedebeleid.

Ideeën voor evenementen en groen,

Dat is voor de wethouder van openbare ruimte en vast goed wel te doen.

Ideeën over financiën en inkomen.

Daar kan de wethouder van sociale zaken en werk niet aan ontkomen.

En dan heeft de burgermeester nog ideeën,

Die naait alles aan elkaar.

En dat is het plan voor het nieuwe hoofdstuk eindelijk klaar.

Jullie maken samen keuzes voor anderen,

Jullie zorgen dat Gouda écht kan veranderen.

  • Puck Spoel, Junior stadsdichter.

Kinderen zijn de toekomst

Al 13 jaar,

Staat het kindercollege voor de jeugd in Gouda klaar.

Kinderen zijn de toekomst zeggen ze,

Maar wordt er wel naar ons geluisterd.

Naar de verhalen die zachtjes worden gefluisterd.

Of zitten we aan de stemmen van volwassen vastgekluisterd.

Maar het klopt kinderen zijn de toekomst.

En elk kind heeft minstens 1 overeenkomst.

Iedereen heeft een droom.

Groot of klein,

Al is die droom soms nog een geheim.

Het kindercollege heeft ook een droom.

Een idee voor morgen.

Een wens voor de stad.

Gewoon een gedachte dat opeens optrad.

Want een stem kent geen leeftijd,

Een stem kent geen grens.

Soms begint elke grote verandering.

Bij een kind met 1 wens.

  • Puck Spoel, junior stadsdichter.

Als we 2 minuten stilzijn

Als we twee minuten stil zijn dan denk ik aan:

De soldaten die gedwongen moesten vechten.

Aan alle mensen die zich verzetten tegen het onrecht.

Aan alle mensen die verplicht een ster moesten dragen.

Aan alle angst die mensen voelden als ze ondergedoken zaten.

Aan een brief die nooit meer gelezen werd.

Aan de vrouw die voor eeuwig op haar man wacht.

Aan alle moeders die hun kinderen hebben moeten achterlaten.

Aan alle kinderen die zonder vader moesten opgroeien.

Aan alle vaders die hun kinderen moesten missen.

Aan alle jongeren die van de een op andere dag hun vrienden kwijtraakten.

Aan alle mensen die zogenaamd anders waren dan de rest.

Ik denk aan vroeger, ik denk aan nu.

Ik denk nog aan zoveel meer.

Puck Spoel

Dodenherdenking 4 mei 2026

De tirannie verdrijven

Soms mompel ik zacht ’t Wilhelmus
maar eigenlijk zouden we het moeten schreeuwen
in plaats van ongemakkelijk zelfbewust.

“de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt.”

Iedere dag loop ik in de Krugerlaan
En iedere dag zie ik de namen staan
In kleine bronzen steentjes op de grond

De namen heb ik zo vaak gelezen dat ik ze ken.
Bettina. Mirjam. Hugo. Herbert. Lewkowicz.

Op een dinsdag vertrok de trein naar Westerbork
Op vrijdag waren Bettina, Mirjam en Hugo dood.
In de armen van mama de gaskamer in gedragen.
Dat was in die jaren het lot van een Jood.

Herbert dacht dat ze terug zouden keren.
Wachtte dagelijks op bericht
Smaller en witter werd zijn toch al spitse gezicht.
Hij heeft nog negen maanden moeten wachten
Voor hij zijn kinderen weer in de armen sloot.

Hij maakte een omslag voor een fotoboek voor haar
“Mirjam” staat er gestileerd op de voorpagina.
Ze werd nog net geen drie jaar.
Van Hugo is er nooit een foto gemaakt.
Hij werd stil in Auschwitz. Huilend en naakt.

Ik kijk door het verleden naar het gezin op de hoek
Ik blader door een fotoboek
En ik huil dwars door de woorden heen
Er zijn nooit meer genoeg woorden
Ik ben alle begrip verloren
Voor mensen die mensen vermoorden

Soms mompel ik zacht ’t Wilhelmus
maar eigenlijk zouden we het moeten schreeuwen
in plaats van ongemakkelijk zelfbewust.
“de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt.
en nooit meer nieuwe bronzen stenen in de grond.

Chris Bellekom

Stadsdichter van Gouda

4 mei 2026 – Dodenherdenking – Sint Jan

(zonder titel)

Mensen zeggen vaak dat het wel goed komt,

Dat je je niet zo druk hoeft te maken om het klimaat.

Maar ik denk aan later.

Ik denk aan mijn gedroomde kinderen.

Ik wil dat ze kunnen lopen door een schone wereld.

En als ze onder de sterrenhemel slapen,

Wil ik dat ze wakker worden zonder donkere wolken boven hun hoofd.

Ik wil ze kunnen vertellen dat ijsberen en pinguïns in het wild leven.

En ik wil dat we elke winter in de sneeuw kunnen spelen.

Daarom kies ik de fiets.

Koop ik tweedehands kleding.

Voorkom ik voedselverspilling.

Zet ik de lamp wat eerder uit.

 Douche ik net wat korter dan normaal.

Ik wil ze alles laten zien,

Zonder uitleg te hoeven geven.

Ik wil dat ze kunnen genieten van het leven.

Puck Spoel

ter gelegenheid van de Kinderklimaattop

Hou vast

Hou vast. Houd me stevig vast.
Omhels me en omarm me.
Hou me vast en laat me niet meer los.
Laat me wonen in je hart.
Laat me wonen in je hoofd.
In je gedachten.
In je dagen in je nachten.
Laat me wonen in je zachte krachten.
Geef me een huis in je herinnering en in je hoop.
Ga met me wandelen en pak mijn arm.
Dan pak ik de jouwe.
Dan wandelen we door het verleden.
Dan loop ik voor je uit de toekomst in, naar huis.

Hou vast. Houd me stevig vast.
Omhels me en omarm me.
Hou me vast en laat me niet meer los.
Omhels me en omarm me en geef me houvast.
Hou me vast. Houd me goed vast. Houd van mijn vasthouden.
Laat je gedachten los en laat je vingers door me heen gaan.
Zucht je adem voel de wind over je gezicht je wangen zacht zoenen.
Dat ben ik die je tranen verdampt.
Vorm mij in je geestesoog.
Laat je vingers door de aarde gaan.
Vorm mij uit klei.
Blaas me vol met leven.
Adem uit zodat ik in kan ademen.
Vergeet dat ik ooit kwaad ben geweest.
Vergeef me dat ik je vooruit gegaan ben.
Maar ik zal op je wachten in het zonlicht op een bankje voor het huis.
Maar omhels me nu en kijk me aan en hou me vast.
Want ik verlaat je niet ook als je me soms vergeet.
Dan zal ik jou niet vergeten
Al wat jullie zijn is mijn evenbeeld.

We zijn gelijk elkaar en ik wil je vasthouden dus hou mij vast.
Hou vast. Houd me stevig vast.
Omhels me en omarm me.
Hou me vast en laat me niet meer los.
En daarin ligt onze verlossing
Hou vast. Houd me stevig vast.
Omhels me en omarm me
Omhels me omarm me. Erbarm me.

Chris Bellekom

Paasontbijt op de Markt 6 april 2026

Gouda mijn thuis

Gouda voelt als mijn thuis,

Als ik langs de grachten naar huis fiets.

Gouda voelt als mijn thuis,

Als ik het vrolijke deuntje van het stadhuis hoor klingelen.

Gouda voelt als mijn thuis,

Als de geur van warme stroopwafels mijn neus binnendrijft.

Gouda voelt als mijn thuis,

Als ik de kerklokken van de Sint-Janskerk hoor luiden.

Gouda voelt als mijn thuis,

Als ik even niet meer weet wat thuis is en hoe thuis voelt.

Gouda is thuis.

Puck Spoel

Vroeger

Vroeger.

Wat is nou vroeger?

Is vroeger,

 Hoe je me nog wel herkende.

Hoe je nog lachte als je naar mij keek.

Is vroeger de gedachte over jou.

Toen ik jou nog kende, hoe je toen voor mij was.

Is vroeger,

Zonder gedichten over jou.

Is vroeger,

Mijn mond houden en blij zijn dat ik jou heb.

Of is vroeger,

De gedachte waarin ik jou nog ‘normaal’ vond.

Omdat ik niet anders gewend was.

Vroeger is alles beter zeggen ze.

En ik ben het daar helemaal mee eens.

Puck Spoel

Misschien is dat wel licht

Misschien is dat wel licht.

Niet het branden van een kaars,

Maar het lachen van een kind.

Niet het stralen van de zon,

Maar het omhelzen van iemand van wie je houdt.

Niet het knipperen van een lamp,

Maar het warme gevoel dat je krijgt als je iets goeds voor een ander doet.

Misschien is dat wel licht.

Dus als de kaars niet meer brandt.

De zon niet meer straalt.

En de lamp niet meer knippert.

Denk dan aan:

Het lachen van een kind.

Het omhelzen van iemand van wie je houdt.

En het warme gevoel dat je krijgt als je iets goeds voor iemand doet.

Want dan ergens diep vanbinnen,

Schijnt er altijd nog licht.

Puck Spoel