Ik heb je binnengehaald. Ik genoot van je geur
vermengd met de lucht van het frisse gras
waarin ik languit lag terwijl ik probeerde te vergeten dat
mijn vaders lijf kas was versleten
toen hij -nog jong- de pijp aan Maarten gaf
ik na het uitstrooien van zijn as bittere tranen hoestte
en jou meteen weer nodig had
als troost. Ontkennend dat dit nu een verslaving was
Zo vaak heb ik je voor eens en voor altijd uitgemaakt
maar toch weer aangestoken en daarna extra diep geïnhaleerd
Mijn vingers, het rollen niet verleerd, leidden een eigen leven leek het wel
Alsof ik even niet had opgelet. Mijn wil stond buiten spel
Vandaag zag ik mijn vader in een winkelruit
Zijn grauwheid, de mondhoeken gerimpeld
als in een groot verdriet
Hij groette niet
Toen trapte ik je uit
Goudse liefde
Zal ik jou vergelijken met de zoetste appeltaart
vers gebakken op een late zomerdag in september?
Ik heb jou liever
Ik heb je liever dan dat
Ik heb je liever dan
pastelkleurige bruidssuikers
na een belofte van eeuwige trouw
Veel liever heb ik jou
met een kop koffie
aan een karig gedekte keukentafel
en liever dan het genieten van
een koninklijk ontbijt
tussen de lakens bij het eerste ochtendlicht
geniet ik jou
Ik heb je liever dan een lang verhaal
Ik dicht jou liever in een kort gedicht:
Goudse stroopwafel
ik proef je rond goudgeel geruit
Zolang jouw stroop stroomt door mijn bloed
zal ik je vergelijken met het zoetste zoet
zal ik je proeven als de verleidelijkste kus
lust ik je liever dan mijn liefste lust
Er wonen woorden in mijn hoofd
Er liggen letters in mijn hoofd Luierend in de hangmat van de verbeelding Beetje schommelen op gedachtegolven Alsof het zomer is daarboven De lelijkste tijd om een letter te zijn Er wonen woorden in mijn hoofd Eten zich een toekomst aan de keukentafel Groeien hun hoofd tegen de zoldering Om zich dan volwassen te noemen Woorden wijzen soms de verkeerde weg Er zingen zinnen in mijn hoofd Kaatsende klanken aan een krekelmeer Rijgen regels aaneen tot sereen symfonie Roepend om meer vrijheid Of ik mijn hoofd even leegschudt op papier Maar de mooiste letters kennen geen volgorde De mooiste woorden duren eindeloos De mooiste zinnen zijn ongeschreven Ze voelen het mooist Het warmst Het waarst Het raakst Als ik ze schrijf zijn ze verloren Voor de schoonheid die ik ze heb beloofd toen ze nog woonden in mijn hoofd Ruud Broekhuizen
Kaarsjesavond
Bij het kijken in je ogen, verdord als de toekomst van je land, dat je achterliet, ontroostbaar, voel ik tussen de tranen op de mat, de veerkracht om te lopen, een kind in je armen, dat is vernoemd naar je moeder die je net begroef, omdat haar benen te langzaam waren voor de vijand. Je omarmt. Ik troost. Fluister in je oor door het stof in je haren dat wij het land van hoop en licht zijn. Jij kijkt of ik het leven in mijn ogen heb, dat ik je wil geven en ik sla ze neer. De twijfel die ons laat rillen in het donker. Kom binnen. Ruud Broekhuizen
2015 Kom Binnen
Bij het kijken in je ogen, verdord
als de toekomst van je land, dat je
achterliet, ontroostbaar, voel ik tussen
de tranen op de mat, de veerkracht
om te lopen, een kind in je armen, dat
is vernoemd naar je moeder die je
net begroef, omdat haar benen
te langzaam waren voor de vijand.
Je omarmt. Ik troost. Fluister in je oor
door het stof in je haren dat wij
het land van hoop en licht zijn. Jij kijkt
of ik het leven in mijn ogen heb, dat ik je
wil geven en ik sla ze neer. De twijfel die
ons laat rillen in het donker. Kom binnen.
Ruud Broekhuizen
Welkom
Waar nam de haat Zulke stappen Dat hij nu zo groot is geworden En wij een vreemde zeggen Ik wil je niet Waar is het welkom Weggegooid Waar? Waar zijn we zelf De zee geworden Die toekomst steelt en ik een golf van schaamte Ruud Broekhuizen
20 seconden op de Fluwelensingel
In 20 seconden zie ik zijn dijen trillen als hij de krachten prachtig op de pedalen duwt zijn onderarmen als kabels zo strak de schouders stil houden en het zweet vanonder zijn helm over zijn kaak vloeit en dan valt op zijn geschoren kuit die achteloos opbolt boven zijn toeclip terwijl de ogen achter de zonnebril strak kijken naar de billen op het zadel voor hem die hem uit de wind houden en niet zien hoe in ochtendvroegte kleine kinderknuistjes zijn naam op het wegdek hebben gekrijt om hem vooruit te schreeuwen van Gouda naar Parijs over de Fluwelensingel in 20 seconden. Ruud Broekhuizen
Gouds Keramiek
Tot de dag klaar is graaft hij met blote kolenschoppen geulen in Goudse aarde met blaren die barsten uit zijn gebruinde vel en eeltjaren gebakken in zweet Uitgestoomd met zeep drinkt hij met gulzige slok schuimend gerst weg als zij dansend op schoot zijn droge wangen streelt tot hij stralend opgaat in liefdesjaren afgekust in extase Mooier met de dag rimpelt de vermoeidheid in zijn huid tot hij valt en gebroken weggedragen in het gat waar tranen neerdalen op zijn jaren als kwetsbare klei Ruud Broekhuizen
Dichtbij Leo Vroman
Ach lief, hoe ver heeft de dood je meegenomen? Jij bent altijd dichtbij In woorden die al zijn uitgesproken En jij herkauwt in fruitig vers In de taal van 70 jaar weg Muggen, larfjes en de tor Die zijn bips parmantig poetst Terwijl jij ze innemend beloert Ach lief, hoe dichtbij Jouw bijna honderdjarige hand Op mijn bijna honderdjarige huid Streelt de dood voor ons uit Als de verloofde brieven van jaren Die je zo hard drukt tegen je borst Dat mijn hart hetzelfde ritme bonst Ach lief, hoe ver is de dood? Bij mij Om dichtbij te zijn Ik dichtbij Wij dichtbijen Leo dichtbijt Een werkwoord zonder verleden tijd Ruud Broekhuizen
Sloop de Muren
Sla tegen de muren van de kazerne. Met bulldozers en betonnen ballen. Verpulver het cement dat onze vrees voor de koude oorlog vastlijmde aan de hoop op vrijheid. En ontsteek een fontein van vuurwerk terwijl we dansen op het vlakke zand met wildvreemden. Dicht tegen elkaar. Nooit meer iets tussen ons in. We slaan tegen de tegels van de moskee. Met jihadpreken en rollende hoofden. Zetten een muur tussen juffrouwen in korte rokjes en moslimmannen in een lange jurk. Leggen de kooltjes op de barbecue, of trekken ons onverdoofd terug in onze achtertuin. Met een eigen hekje. Zonder uitzicht op de buren. Ik wil dansen. Dicht tegen je aan. Ruud Broekhuizen