Verpleegkunst

En ofschoon je nu naar huis zou gaan

jij zwijgend en onbekend
door de straten van de stad zou gaan
juist nu
de schimmen in mijn kamer
langer dreigen te worden
langer dan de schaduwen van een delier
mijn doodsangst pulseert
op het kunstmatig zoemen van mijn vitale signalen
ben je op zachte voeten teruggekomen
stem jij als een concertmeester het instrumentarium op elkaar af
leg je jouw hand heel even op de mijne
dan
kleurt het witter en helderder in mijn hoofd
tuimel ik terug op aarde

En als je dan weggaat
zal alles om mij heen lichter zijn
zal de pijn zachter voelen
zullen alle geluiden zingen als in een helend intermezzo
dan leg ik mijn hoofd op mijn armen en slaap

En als je dan morgen terugkomt
zal ik niet genezen maar veel beter zijn
dan zal ik je bij je mooiste naam noemen

Verpleegkunstenaar

Ik maak je uit

Ik heb je binnengehaald. Ik genoot van je geur
vermengd met de lucht van het frisse gras
waarin ik languit lag terwijl ik probeerde te vergeten dat
mijn vaders lijf kas was versleten
toen hij -nog jong- de pijp aan Maarten gaf
ik na het uitstrooien van zijn as bittere tranen hoestte
en jou meteen weer nodig had
als troost. Ontkennend dat dit nu een verslaving was

Zo vaak heb ik je voor eens en voor altijd uitgemaakt
maar toch weer aangestoken en daarna extra diep geïnhaleerd
Mijn vingers, het rollen niet verleerd, leidden een eigen leven leek het wel
Alsof ik even niet had opgelet. Mijn wil stond buiten spel

Vandaag zag ik mijn vader in een winkelruit
Zijn grauwheid, de mondhoeken gerimpeld
als in een groot verdriet
Hij groette niet

Toen trapte ik je uit

Goudse liefde

Zal ik jou vergelijken met de zoetste appeltaart
vers gebakken op een late zomerdag in september?
Ik heb jou liever

Ik heb je liever dan dat
Ik heb je liever dan
pastelkleurige bruidssuikers
na een belofte van eeuwige trouw
Veel liever heb ik jou
met een kop koffie
aan een karig gedekte keukentafel
en liever dan het genieten van
een koninklijk ontbijt
tussen de lakens bij het eerste ochtendlicht
geniet ik jou

Ik heb je liever dan een lang verhaal
Ik dicht jou liever in een kort gedicht:
Goudse stroopwafel
ik proef je rond goudgeel geruit

Zolang jouw stroop stroomt door mijn bloed
zal ik je vergelijken met het zoetste zoet
zal ik je proeven als de verleidelijkste kus
lust ik je liever dan mijn liefste lust

Er wonen woorden in mijn hoofd

Er liggen letters in mijn hoofd 
Luierend in de hangmat van de verbeelding 
Beetje schommelen op gedachtegolven 
Alsof het zomer is daarboven
 
De lelijkste tijd om een letter te zijn 

Er wonen woorden in mijn hoofd 
Eten zich een toekomst aan de keukentafel 
Groeien hun hoofd tegen de zoldering 
Om zich dan volwassen te noemen
 
Woorden wijzen soms de verkeerde weg 

Er zingen zinnen in mijn hoofd 
Kaatsende klanken aan een krekelmeer 
Rijgen regels aaneen tot sereen symfonie 
Roepend om meer vrijheid 

Of ik mijn hoofd even leegschudt op papier 

Maar de mooiste letters kennen geen volgorde 
De mooiste woorden duren eindeloos 
De mooiste zinnen zijn ongeschreven
 
Ze voelen het mooist 
Het warmst 
Het waarst 
Het raakst 

Als ik ze schrijf zijn ze verloren 
Voor de schoonheid die ik ze heb beloofd
toen ze nog woonden in mijn hoofd

Ruud Broekhuizen 

Kaarsjesavond

Bij het kijken in je ogen, verdord 
als de toekomst van je land, dat je 
achterliet, ontroostbaar, voel ik tussen 
de tranen op de mat, de veerkracht
 
om te lopen, een kind in je armen, dat 
is vernoemd naar je moeder die je 
net begroef, omdat haar benen 
te langzaam waren voor de vijand. 

Je omarmt. Ik troost. Fluister in je oor 
door het stof in je haren dat wij 
het land van hoop en licht zijn. Jij kijkt
 
of ik het leven in mijn ogen heb, dat ik je 
wil geven en ik sla ze neer. De twijfel die
ons laat rillen in het donker. Kom binnen.

Ruud Broekhuizen

2015 Kom Binnen

Bij het kijken in je ogen, verdord
als de toekomst van je land, dat je
achterliet, ontroostbaar, voel ik tussen
de tranen op de mat, de veerkracht

om te lopen, een kind in je armen, dat
is vernoemd naar je moeder die je
net begroef, omdat haar benen
te langzaam waren voor de vijand.

Je omarmt. Ik troost. Fluister in je oor
door het stof in je haren dat wij
het land van hoop en licht zijn. Jij kijkt

of ik het leven in mijn ogen heb, dat ik je
wil geven en ik sla ze neer. De twijfel die
ons laat rillen in het donker. Kom binnen.

Ruud Broekhuizen

Welkom

Waar nam de haat 
Zulke stappen 
Dat hij nu zo groot is geworden 
En wij een vreemde zeggen 
Ik wil je niet 

Waar is het welkom 
Weggegooid 

Waar? 

Waar zijn we zelf 
De zee geworden 
Die toekomst steelt

en ik een golf van schaamte 

Ruud Broekhuizen

20 seconden op de Fluwelensingel

In 20 seconden zie ik
zijn dijen trillen als hij
de krachten prachtig
op de pedalen duwt
zijn onderarmen als kabels
zo strak de schouders
stil houden en het zweet
vanonder zijn helm
over zijn kaak vloeit
en dan valt op zijn geschoren
kuit die achteloos opbolt
boven zijn toeclip terwijl
de ogen achter de zonnebril
strak kijken naar de billen
op het zadel voor hem die
hem uit de wind houden
en niet zien hoe in
ochtendvroegte kleine
kinderknuistjes zijn naam
op het wegdek hebben gekrijt
om hem vooruit te schreeuwen
van Gouda naar Parijs
over de Fluwelensingel
in 20 seconden.

Ruud Broekhuizen

Gouds Keramiek

Tot de dag klaar is
graaft hij met blote
kolenschoppen
geulen in Goudse aarde
met blaren die barsten
uit zijn gebruinde vel
en eeltjaren
gebakken in zweet

Uitgestoomd met zeep
drinkt hij met gulzige slok
schuimend gerst weg
als zij dansend op schoot
zijn droge wangen streelt
tot hij stralend opgaat
in liefdesjaren
afgekust in extase

Mooier met de dag
rimpelt de vermoeidheid
in zijn huid
tot hij valt en gebroken
weggedragen in het gat
waar tranen neerdalen
op zijn jaren
als kwetsbare klei

Ruud Broekhuizen

Dichtbij Leo Vroman

Ach lief, hoe ver heeft de dood je meegenomen?
Jij bent altijd dichtbij

In woorden die al zijn uitgesproken
En jij herkauwt in fruitig vers
In de taal van 70 jaar weg
Muggen, larfjes en de tor
Die zijn bips parmantig poetst
Terwijl jij ze innemend beloert

Ach lief, hoe dichtbij

Jouw bijna honderdjarige hand
Op mijn bijna honderdjarige huid
Streelt de dood voor ons uit
Als de verloofde brieven van jaren
Die je zo hard drukt tegen je borst
Dat mijn hart hetzelfde ritme bonst

Ach lief, hoe ver is de dood?
Bij mij
Om dichtbij te zijn

Ik dichtbij
Wij dichtbijen
Leo dichtbijt

Een werkwoord
zonder verleden tijd

Ruud Broekhuizen