Zie ginds kwam de stoomboot en ouders slopen door struiken om te zien dat het waar was wat de kinderen zeiden: dat het toch goed was gekomen. De kade stroomde vol en wij waren laat maar we pasten er nog bij en liepen mee door de straten over feestelijke grachten naar de Markt waar regenbogen werden gezwaaid en verbinding en verwondering gestrooid. Om het hardst zongen we en sprongen we en ik was zo blij want jij was daar ook jij paste er nog bij ook al houd je niet van kazen ook al woon je hier nog maar net ook al ben je hier geboren en ging je nooit ver weg ook al wil je niet in hokjes draag je jurken bij je baard en ben je bang dat jij misschien wel nooit zult passen ook al hangt jouw vlag ondersteboven ook al plak je stickers op alle palen die je ziet ook al begrijp ik je niet – want er is zo veel wat ik niet begrijp en wie weet nog wel wat boven en wat onder is. Wij zongen en wij sprongen en we waren zo blij en zo samen als spreeuwen een zwerm en samen zijn we de stad. Ik geloof dat het waar is: dit feest en wij met elkaar want het is mooi waar ze deze stad om roemen: wie ervoor kiest om hier te zijn mag zich altijd Gouwenaar noemen. Lever je verlanglijstje nog niet in maar fluister als de maan vanavond door de bomen schijnt zachtjes in je schoen wat je het allerliefste wilt. Dan kijk ik naar dezelfde maan en verlang ik dat wij samen altijd Gouda blijven. Jeffrey van Geenen (finalegedicht stadsdichtersverkiezing 2022)
Gouda
Gouden Gouda
Zullen we het gouden
van Gouda houden?
Na 750 jaar van liefde, leed
en soms gevaar
Gaan we 750 kaarsjes
naar ’t verleden blazen
Voor de arme rakkers
De rijke kakkers
En alle andere gabbers
die het geluk hadden hier
geboren te worden
of hier een thuis vonden
Voor allen die vanwege
liefde, leed of gevaar
Hier kwamen en
hier burgers werden
Diezelfde burgers die
van pest tot pandemie soms
moe, boos en opstandig waren
maar er ondertussen
750 jaren trots op waren
dat dit hun stad was
Dit hun Gouda
Dus proost op deze stad
en haar stadsrechten!
Proost op deze stad
En haar kaars- en
kermislichten!
Laten we op deze slotdag
vooral van het gouden
van Gouda houden
En elkaar nog jaar en dag
een stukje nabijer houden
Dus geef Gouda door …
Geef Gouda door …
Daar doen we het voor …
Peter Noordhoek
De Slager
De slager leert zijn vak van het vlees
De handen van de bakker
het zijne van het deeg
We zijn wat onze handen raken
We proeven waar onze ogen zijn geweest
We verkopen waar we hebben geleefd
En dus maakt waar we wonen
waarin we vaardig worden
en waar we leven de leest
waarop we onze lange
levenslessen leren
en vakmanschap wordt geëerd
Peter Noordhoek
Bij sluiten slagerij Dongelman in de Korte Groenendaal
27 september 2022
Deze stad, Gouda
Dag stad, kleine stad
Wat was je mooi,
deze zes maanden
Stad van mijn hart
wat deden we veel,
zo ontzettend veel samen
Na alle hartzeer
van Corona met haar
ziekte, stilte en afstand
Wat mooi dat we zo samenkwamen
in wijk en hart van deze stad
Geperst tussen pandemie
en crisis na crisis
Hebben we de lat
voor ons feest
met Abeliaans gemor
en Bellekoms gebrom
in goed humeur
steeds hoger gelegd
Burger, bestuurder en
ondernemer, Ronald en Marien:
iedereen droeg bij: het is gezien
In vrijheid werd reuzenwerk gedaan
Vanaf het dak van de Sint Jan
werd Gouda aan Nederland getoond
En via duizenden woorden,
gedichten en beelden
heden en verleden
In zoveel dimensies vertoond
Misschien hebben wij nu ook
aan onszelf laten zien
waar we trots op mogen zijn
en geen kleine stad meer zijn
We staan er niet alleen voor:
Gouda geven we door!
Dag stad, grote stad
Je bent alleen maar mooier
na deze zes maanden
Klaar voor de toekomst
na deze tovermaanden
Wat hebben we een jubileum gehad
Wat hebben we een feest gehad!
Peter Noordhoek
Oosthaven 14
Dit huis gaat door!
Zo smal als het is
Zo lang als het is
Zo recht als de sleuf
er onder is van
rinket tot riool
Kronkelt het huis ook nog
Eens als een slang om zijn as
Gooit zijn hele en halve
daken omhoog
Jaagt houten trappen
bijna loodrecht er achteraan
En gooit na vele stappen
er nog een uitbouw achteraan
En wie dan eindelijk bij het
verre geprofileerde kruiskozijn
en de oude bakkersoven staat
Ziet dat het nog groen
en glorieus verder gaat
Want pas bij de Motte
mot het stoppe
Mooi dat hier in Gouda
huizen als deze zijn
die schijnbaar klein
hun lange lengte
door Gouda leggen
Peter Noordhoek
De Motte
In het hart van het nat
kwam de Motte
Een zandstrook naar niets
Een steen in een kring
van water en steeds meer iets
Een verhoging, maar hoe hoog?
Met opbouw, maar hoe groot?
Wat we weten is vaak
net zo zacht als het veen
om de Motte heen
Wel laat zich dit vermoeden:
men was daar niet alleen
Over water, door het veen
kon men elke dag
nieuwe reizigers begroeten
Ik woon daar nu zelf langsheen
bij een sloot die ooit slotgracht was
bij schaarse aarde zompig te leen:
een Motte met als motto
ben je in ’t veen, moet je hier langsheen
Peter Noordhoek
Holocaust herdenking
De Talmud zegt:
een woord is één munt waard
Een stilte twee
En elke naam is een stilte
een woord en nog
een stilte waard
Vooraf, de stilte van verwachting
van hoop, de voorzetting
door generaties heen
Dan na de geboorte het woord:
de klank die beeld en daden
hoorbaar maakt, de naam geraakt
En dan de stilte van het niet meer zijn
woorden bij het afscheid
STIL, stil, stil gehoord
Tsja
Zo zou het moeten zijn
Mag het moeten zijn
Maar soms moeten namen
juist opnieuw worden gehoord
om wat uit onze stad is opgehaald
afgevoerd, vervoerd en vermoord
En daarom zijn op onze Goudse straten
in stilte, woord en Stolperstein
hun namen steeds opnieuw te horen
gaat geen woord of stilte verloren
Peter Noordhoek
Gedicht geschreven naar aanleiding van de Holocaust herdenking op 27 januari 2021
We tellen op, we tellen af

In het Houtmansplantsoen
Ik wil niet denken aan de broeders Houtman, Of aan Oost Indie, en wat daarvan kwam. Ik wil noten voelen in de regen, Die het daverende groen bewegen. Ik wil niet vrezen dat ik niet meer op sta, Of hoe mijn hart stopt en de facto doodga. Ik wil een vijver, en daar urenlang: Een dansorkest met zwanenzang. Ik wil hier zingen tot mijn laatste dagen. Ik wil hier dansen tot aan mijn pensioen. Ik wil bomen door muziek zien groeien in het Houtmansplantsoen. Ik wil niet schrijven aan een president, Of een lofzang op een burgemeester. Ik wil kijken naar een dirigent. Ik wil horen tussen boom en heester. Ik wil geen pretpark, bungjeejump of circus. Ik wil een rondedans hier bij de tent En op een klapstoel, naast een hibiscus, Wil ik overvloed van elke band. Ik wil hier zingen tot mijn laatste dagen, Ik wil hier dansen tot aan mijn pensioen. Ik wil bomen door muziek zien groeien, In het Houtmansplantsoen. Ze mogen banen, bonus, auto’s stelen. Stuur de deurwaarder naar me toe. Ondertussen klinken duizend kelen, dan ren ik hierheen, weet niet sneller hoe. En in de uren van mijn laatste dagen, Dans ik, dement en naakt, rond in het groen. Dan ga ik bomen tot de hemel jagen, van het Houtmansplantsoen. Joost Reichenbach
oosterwei*
muren zijn neergehaald verbanden afgebroken uitgestrooid elders in de stad nu verrijst een welgesteldenwijk zolang het duurt op gladgestreken bodem Aart Both
* voormalige ‘prachtwijk’ in Gouda