De woorden drijven stil door ’t verlaat
omgekeerd, gespiegeld
in een vreemdsoortig schrift
Een hond, staand op een boeg,
blaft staccato zijn vaarwel
tot hoog over de sluis
naar verderop
waar juist
de dichter gaat
en zwijgt dan in het Mallegat
De enorme sluisdeuren heffen zich
om beurten
In het kielzog
buitelen de woorden
plotseling uitzinnig mee
in de watermacht
en stromen langzaam verder
door de rivieren navelstreng
Ze komen pas bij zinnen
in het zicht van de zee
waar ontheemd
de dichter wacht
Gouda
Gouda bij nacht
Van bovenaf ziet de stad er niet anders uit Nietsvermoedende mensen komend en gaand wie weet waarheen De Goudse contouren en grenzen onmiskenbaar herkenbaar Maar van binnen broeit er iets Het is nog licht. De avond valt voor het eerst weer helder en zacht Een enkel wolkje aan de lucht Een wethouder fietst eenzaam weg van het Huis van de Stad Iets grijpt ons dan naar de keel we weten niet wat Van bovenaf ziet alles er nog hetzelfde uit Van binnen broeit er iets Het gaat over grenzen Het gaat over politiek De teerling wordt geworpen De nacht valt radeloos over onze stad
reservoir
tienduizenden harten gaan hier op reis in Google maal gedachten vermenigvuldig ze met schouders die anderen dragen plus handen die geven zonder te vragen tel er miljoenen pogingen bij op om te vinden, te verbinden te vernieuwen aangevuld met alle plannen die nog worden gedroomd en je ziet het potentieel van de stad Klara Smeets
oase
vanuit de spoortunnel fiets ik de stad in de wind is een wand die ik moet breken een najaarsregen miezert me grauw maar dan zie ik de lichten weer hangen de Kleiweg is een vreugdevuur een ogenblik waan ik mij jonkvrouw fantaserend van trotse poorten en een machtige stadsmuur Klara Smeets
Oproep
zie de stad als een zwembad om in te duiken beleef haar ruimte; ze nodigt je uit baad in de golfslag van dag en nacht ontspan en laat het tobben varen hier tref je elkaar, hier kan je gesprekken sparen overal beweging, wat is Gouda zonder water? zie de stad als een zwembad om in te duiken beleef haar ruimte; ze nodigt je uit om samen te komen, de grond te gebruiken de tijd te verdrijven binnen en buiten zo veel levens, zo veel bedrijvigheid en momenten stromen langs je heen zie de stad als een zwembad om in te duiken Klara Smeets
Erasmus
“reizigers zijn wij in deze wereld, geen bewoners” , zegt hij, terwijl hij opduikt in de stad de woonplaats die hij eens verlaten had om te vergeten, om meer te weten, om te ontdekken nu vind ik hem op steeds meer plekken sprekend terug ik kom hem tegen bij de koster hoor hem prevelen in een tuin zie hem dralen bij een stadsgids die zijn levensloop uitspelt en herken hem in zijn moeder die zo graag van hem vertelt hij bereisde zo veel landen en bereikte er nog meer met woorden die riepen om verandering nu eeuwen later, is hij nog steeds niet stil maar laat zijn stem weer horen in de straten van zijn jeugd Klara Smeets
weerzien
terug van pittoreske vakwerkhuizen watervallen, forten, tuinen oogt de stad mij ruim genoeg de markt omarmt me genereus en gevels groeten mij vertrouwd terug op dit plein mis ik niets behalve een fontein misschien die je slenterpas zo mooi begeleidt Klara Smeets
Stel
dat de stad een huiskamer is de deur staat altijd open gasten blijven hangen in gesprek met een ander omdat ze ‘en passant’ een metgezel herkennen in een voorbijganger in zo’n plaats wordt gejaag vervangen door aanwezig zijn geef Gouda een bank om op neer te ploffen en we vullen de ruimte met ontmoeten en vinden en in elke groet bouwen we een thuis Klara Smeets
Meidoorn bij de St-Jan
In stilte bewaren Oude muren en klinkers De geheimen Van het verleden In een stille strijd Van eeuwen Ontwrong zich de meidoorn Aan de knellende stenen Het getergde hout Reikt naar de hemel Vindt rust bij de sterren Die in witte bloesems spreken
Achteraf denk ik dat dit gedicht de jury een belangrijke aanzet gaf om mij tot nieuwe stadsdichter van Gouda te verkiezen. Het gedicht dateert dus van iets voor mijn stadsdichtersperiode.
Heldere nacht
De vollemaan verheft zich boven de stad Wit maakt zich los van zwart Tussen duister en licht Worden scherpe grenzen getrokken vannacht De Gouwe is een zilveren gracht Zijn kade een met varens bedekt fundament Voor de pilaren van de visbanken Die in het maanlicht een tempel maken Bij de aanblik van dit Komt de onontwijkbare vraag op je af: Waar sta ik?
Het maandgedicht van december 2010 moest gaan over Gouda in midwintertijd, over Kerst en Sinterklaas vond ik. Ik vroeg me af hoe ik dat allemaal bij elkaar gedicht moest krijgen. Tot ik op een nacht wakker werd vanwege licht in mijn slaapkamer. Het bleek volle maan.