Lentedag

In de Joubertstraat
spelen kinderen in de tuinen
in de bomen zingen mussen 
auto’s racen langs de huizen 
roddels sluipen langs de gevels 
liefdes kruipen in het kussen
gras groeit in de middenberm 
onder de platanen. En wit 
en paars en overal bloeien 
de krokussen daartussen.

Frouwkje Zwanenburg

Ode aan de melkboer

Hij schonk schuimende melk

uit een kan in de pan die zij

in haar handen hield. Voorzichtig,

hij mocht niet morsen, zei moeder.


Of ze zat bij hem voorop, op de bok,

terwijl hij door de Joubertstraat reed.

Hij had een olijk hoedje op en lachte

als zij lachte bij een harde paardenscheet.


Zij verstopte die beelden in zijn blauwe jas,

als klinkende munten liepen ze mee

in zijn glimmend leren schoudertas.

Hij weet hoe het was, terwijl hij


naar zijn auto loopt en hoopt op beter weer.

Oh, melkboer blijf toch rijden. Met de

rammelende kratten bovenop, door de

wijken, langs de Karnemelksloot, langs platanen


vol bladeren of kaal in de top. U laaft

ons nog steeds met melk, cola en meer.

Vandaag verklaar ik in het openbaar:

de Goudse melkboer is altijd een heer.


Frouwkje Zwanenburg

gouda’s glorie

mooie meid
ik eet uit je hand
en snoep van je vingers
jong jongbelegen snijdbaar oud
met pit op mijn tong
in jou zet ik mijn tanden
en druk je tegen mijn mond
mooie meid

gouda’s glorie


Aart Both

de woorden
die ik gisteren dacht
vind ik niet meer
er is heimwee 
naar die woorden

woorden over
de kern van bestaan
woorden over de kern
van verlangen
woorden over
de kern van eeuwigheid

de woorden
die ik gisteren dacht
vind ik niet meer


Inez Meter