reprise

zwermen zonnehoeden, rugzakken buidels
en omgeknoopte regenjassen 
vullen het marktplein
in een geheimzinnige cadans 
klitten samen

het doek gaat weer omhoog en


een oud gebouw is toneel voor de zomer 
speelt Nederland in honderd talen
met ingehouden adem wordt er gewacht 
op de poppenkast 
van een graaf
die stadsrechten schenkt

de wijzer schuift naar het hele uur 
en in een oogwenk 
staat er een paleis

Klara Smeets

twijfelachtig

de zomer kwam met horten en stoten
ze verslikte zich, struikelde 
glipte weer weg en bloosde even
verstopte zich telkens in najaarsregen
bij terugkomst terwijl de stad 
blakend wachtte

 
haar markt trok een 
goudgeel zandstrand aan
en iedereen was klaar
voor nachtenlang behangen
met buitenlucht maar 
de zomer zuchtte verlegen

Klara Smeets

Stel

dat de stad een huiskamer is 
de deur staat altijd open 
gasten blijven hangen
in gesprek met een ander 
omdat ze ‘en passant’ 
een metgezel herkennen 
in een voorbijganger

in zo’n plaats wordt gejaag 
vervangen door aanwezig zijn

geef Gouda een bank om op neer
te ploffen en we vullen de ruimte
met ontmoeten en vinden

en in elke groet bouwen we 
een thuis

Klara Smeets

hoorzitting

getouwtrek is er steeds, tussen de kordaten; 
advocaten van de rust en eisers van beweging
ze hebben allen, ja allemaal een mening
over de zevende of eerste dag van de week
en wat hij de stedeling moet geven; 
gepaste stilte of meer reuring
lege straten, nee tassen vol
hoe open mag de zondag zijn?

 
de een schermt met bezinning en traditie
de ander weet een einde aan de crisis
zo ziet tweedracht er dus uit
en zo al vele jaren

maar in alle onenigheid
zoekt men nu echt 
naar een goed besluit

is er ook een rechter?

Dag man met de hoge baret

‘Kunst beweegt’ – G. de Kleijn
in elke ontmoeting 
zie ik het weer:
je trekt me aan 
en duwt me weg

zoals een mens zich niet laat kennen, 
nooit helemaal, nooit onvertaald

toch raak je aan 
verandert een tel 
de dingen
die daarvoor niet spraken

je hebt geleefd, beweegt 
je trilt na op dit doek
en ik lees in de schaduw
van je gelaat een regelmatige 
ademhaling

bravoure en rust, alsof je jezelf sust 
delen je gezicht in tweeën 
misschien blijft die droeve blik wel hangen
in de gangen van je bescheiden paleis 
vertelt dan van een welgesteld man 
met een vreemde baret
en een reis

Klara Smeets
Bij het schilderij ‘Man met hoge baret’ van Ferdinand Bol, dat Museum Gouda zal verlaten. Zie voor meer informatie www.museumgouda.nl (nieuws januari 2013)

Ondergronds

onder keien, stoeptegels, asfalt 
liggen legio wegen, andere steden 
niet eens
ver van onze voeten vandaan

verstopte objecten prevelen 
oude verhalen
en houden heimelijk verleden 
in een sluimerstand

- lakenloodjes, kanonskogels 
ovens van een lakenverver 
bronwaterkruiken, voorraadpotten 
molenstenen, vloeren, haarden 
kruisboogbouten, pijpen, scherven 
en afval dat nooit echt verdween -

overal
waar de bodem bedekt is met nu 
is vroeger op te graven

Informatie over archeologische vondsten in Gouda: Archeologische vereniging Golda, www.golda.org

daarna

 stel je voor
 je leeft een oorlog
 die je dagen vult
 die de stad in duister hult
 je leeft een oorlog
 die langer duurt
 nooit meer lijkt te stoppen
 en dan is daar het uur
 dat je vrijheid voelt

 zakdoeken zwaaien vreugde
 vlaggen waaien buiten
 zonder dat de ruiten
 worden ingegooid en de
 bewoners weggevoerd -

 iedereen open, iedereen ontroerd
 door soldaten op schouders
 en dansende ouders
 die met kinderen slingers
 op de markt vormen,
 
 zo werd vrij zijn
 een feest
 dat wij
 delen 

foto van Klara Smeets

Stolperstein

op de plek waar deze steen spreekt
krijgt een mens zijn wezen terug
uit de letters van zijn naam
herrijzen stofloos stil zijn benen
armen, handen, zijn gelaat
alsof hij hier ineens weer staat
alsof hij na te zijn verdreven
eindelijk terugkeert naar de plaats
waar zijn alles achterbleef
zonder het te weten
en tenslotte deed een nieuwe tijd
zijn bestaan vergeten
tot vandaag hem bij ons terugbrengt
een mens die moest verdwijnen
verschijnt in dit herdenken

2011 decor

wellicht is Gouda op een decemberdag geboren
in de twaalfde maand viert ze zichzelf uitbundig

gevels glinsteren in lantaarnlicht dat langer brandt

– tooit stadhuis, de Waag en de Sint-Jan met goud –

en alles feest, proost haast op winter
komt samen alsof de stad alle dagen van het jaar bestaat
voor die ene dag met duizenden kaarsjes

Klara Smeets

Meisje achter de kerk

Pas achter de kerk werd het wat stiller
Een paar duiven rommelden langs de rand
Ik trof er een meisje
Ze zat in haar eentje op de bank
te likken aan een ijsje
Ik groette haar
Zij groette mij opgewekt terug
Zit je daar vaker? vroeg ik toen maar
Mhmm, iedere vrijdag zei ze
Dit is mijn lievelingsplek

Ze hield haar blik constant op het poortje viel mij op
Voert het je naar vroeger terug? waagde ik
Misschien, antwoordde zij kort
En sierlijk onderschepte ze een kloddertje

Ik sprak een meisje op het Achter de kerk. Dit ontmoetinkje was zo kort en vanzelfsprekend dat ik de schoonheid ervan eerst over het hoofd zag. Later, toen het momentje mij weer voor de geest kwam, promoveerde ik het tot het maandgedicht van november 2010